Skip to content

Wie zijn we?

Oprichting

De Orde der artsen werd opgericht bij wet van 25 juli 1938. De Tweede Wereldoorlog legde echter de uitvoering van deze wet stil. Uiteindelijk zou ze slechts een decennium later toegepast worden: een besluit van de Regent van 3 april 1947 regelde de inrichting van de eerste verkiezingen die plaatsvonden op 13 juni 1947.

Al vrij snel nadat de wet in werking was getreden, bleek dat zij leemten vertoonde en dat er aanvullingen en wijzigingen noodzakelijk waren. Opeenvolgende wetsontwerpen die hieraan moesten verhelpen bereikten echter nooit het stadium van wet. Uiteindelijk duurde het tot in 1967 vooraleer een wetswijziging werd doorgevoerd. Dat gebeurde door het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 "betreffende de Orde der geneesheren". Dit koninklijk besluit is nog steeds van kracht. Het werd gewijzigd in 1970, 1972 en 1985.

Hieronder volgt een korte samenvatting van de belangrijkste wettelijke bepalingen in verband met de Orde der artsen.

Structuur en inrichting

De Orde der artsen bestaat uit volgende organen: 10 provinciale raden, een Franstalige en een Nederlandstalige Raad van beroep en de Nationale Raad.

Op elk van deze organen komen we verder nog terug.

De Orde der artsen heeft publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid. Zij is dus juridisch geen vereniging of een privaatrechtelijke organisatie waarvan een arts vrij deel kan uitmaken. De arts is integendeel verplicht zich in te schrijven op de lijst van één - en slechts één - provinciale raad, namelijk deze die bevoegd is voor de plaats waar de arts zijn voornaamste medische activiteit uitoefent. Deze verplichte inschrijving geldt voor alle artsen, dus ook voor buitenlandse artsen en onderdanen van de Europese Unie die zich in België als arts wensen te vestigen. Legerartsen zijn alleen tot inschrijving verplicht als zij de geneeskunde uitoefenen buiten hun militair ambt.

De publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid van de Orde impliceert ook dat zij in rechte kan optreden en kan deelnemen aan het juridisch leven. Hiervoor treedt zij op door de Nationale Raad en is zij vertegenwoordigd door de voorzitter van deze raad - of bij diens ontstentenis, door de plaatsvervangende voorzitter - samen met een ondervoorzitter van de Nationale Raad.

Wat de werkingsmiddelen voor de Orde der artsen betreft, bepaalt de wet het volgende: de Orde mag slechts díe gebouwen bezitten die nodig zijn voor haar werking, giften ten voordele van de Orde behoeven een machtiging van de Koning en de Orde mag een jaarlijkse bijdrage eisen waarvan de niet-betaling tuchtrechtelijk kan vervolgd worden (naast de mogelijkheid om de achterstallige bijdragen langs gerechtelijke weg te vorderen).