Skip to content

1. Teleconsultatie

  • Wat is het advies van de nationale raad m.b.t. teleconsultatie/telefonische triage bij patiënten die vermoedelijk besmet zijn met COVID-19? (bijgewerkt op 11 mei 2020)

(Onze ref.: 99381, 99483, 99485, 99465)

Het Franstalige College voor huisartsgeneeskunde van België (CMG) en Domus Medica raden een telefonische triage aan van patiënten die symptomen vertonen van besmetting met COVID-19.

De nationale raad van de Orde der artsen brengt de deontologische beginselen in herinnering die in acht genomen moeten worden bij de behandeling van een patiënt zonder rechtstreeks fysiek contact met hem.

In zijn advies van 21 september 2019 over de teleconsultatie met het oog op het stellen van een diagnose en het voorstellen van een behandeling (advies NR, a166007) heeft de nationale raad de grenzen en de mogelijkheden van teleconsultatie onderzocht. Het volgende werd daarbij in herinnering gebracht: "Een raadpleging op afstand heeft, ook al blijkt ze gebruiksvriendelijk voor de patiënt, niet dezelfde nauwkeurigheid als een raadpleging in aanwezigheid van de patiënt en de arts. Teleconsultatie biedt dan ook niet dezelfde veiligheid op het vlak van de diagnose en van het voorschrijven van geneesmiddelen. Teleconsultatie kan de klassieke face-to-face raadpleging slechts vervangen indien een bijzondere situatie dit rechtvaardigt."

In de huidige omstandigheden van de coronaviruspandemie gaat het wel degelijk over een bijzondere situatie gezien de pandemiecontext die vergt dat maatregelen genomen worden op het gebied van de volksgezondheid om de risico's op verspreiding in te perken. Verplaatsingen van besmette patiënten of van patiënten van wie vermoed wordt dat ze besmet zijn met het virus zo veel mogelijk beperken, is een prioritaire maatregel bij de gezondheidsaanpak van deze pandemie.

Om een telefonisch advies te verstrekken moet de arts een volledige anamnese uitvoeren rekening houdend met de risicofactoren die inherent zijn aan de pathologie ("red flags"), met de antecedenten van de patiënt en met zijn andere acute of chronische aandoeningen die hem kwetsbaarder kunnen maken. De eerstelijnsartsen verwachten van de wetenschappelijke en gezondheidsautoriteiten dat zij de alarmtekens ("red flags") die inherent zijn aan deze pathologie preciseren en actualiseren. Er dient op gewezen dat de gevolgen van dergelijke besmetting nog steeds onvoldoende gekend zijn, een atypisch ziektebeeld kan geven en dat een bepaald percentage van patiënten een ernstige longaandoening ontwikkelt die levensbedreigend kan zijn.

De minimumvoorwaarden opdat een aanpak op afstand aanvaardbaar is, houden in dat de arts a) de patiënt en zijn antecedenten goed kent, b) inzage heeft in de medische informatie betreffende de patiënt (medisch dossier) en c) in staat is de continuïteit van de zorg te waarborgen. Ingeval er geen dossier bestaat of het onmogelijk is er toegang toe te hebben, moet de arts de antecedenten en de medische situatie van de patiënt kunnen begrijpen door een zorgvuldige en volledige anamnese die voornamelijk betrekking heeft op de huidige medicamenteuze behandelingen.

In de huidige context kan het kennen van de patiënt gebaseerd zijn op de inzage in een up-to-date elektronisch medisch dossier via de regionale uitwisselingsnetwerken. Natuurlijk is het voor de continuïteit van de zorg vereist dat de arts die een advies verstrekt een toegankelijke geneeskundepraktijkruimte heeft en bereid is de patiënt wiens toestand het toelaat daar te ontvangen. In geval van teleconsultatie waarborgt de arts dat hijzelf of een wachtdoende collega 24 uur op 24 bereikbaar is.

De arts die telefonisch gecontacteerd wordt, moet de risico's voor de patiënt en voor de gemeenschap afwegen tussen een telefonisch advies, een face-to-face raadpleging, een huisbezoek en doorverwijzing naar een structuur (al dan niet ziekenhuisgebonden) die instaat voor de opsporing en de behandeling van patiënten die besmet zijn of van wie vermoed wordt dat ze besmet zijn met COVID-19 (https://covid-19.sciensano.be/nl/covid-19-procedures).

Sciensano actualiseert regelmatig zijn aanbevelingen aan de artsen betreffende de procedure die dient te worden gevolgd bij patiënten van wie wordt vermoed dat ze besmet zijn met COVID-19 (https://covid-19.sciensano.be/nl/covid-19-procedures).

 

 

  • Mag een arts in de huidige COVID-19-pandemiecontext gebruik maken van teleconsultatie voor patiënten die vermoedelijk niet besmet zijn met COVID-19? (bijgewerkt op 11 mei 2020)

(Onze ref.: 99457)

Het advies van de nationale raad van 21 september 2019, met als titel “Teleconsultatie met het oog op het stellen van een diagnose en het voorstellen van een behandeling” (advies NR, a166007) is van toepassing op deze situatie. De coronaviruspandemie is een bijzondere situatie waarbij de patiënt er, mits voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden in dit advies, voordeel bij heeft de face-to-face raadpleging te vervangen door teleconsultatie.

Het bureau vestigt de aandacht op de noodzaak om verder de noodzakelijke zorg te blijven verstrekken. Het spreekt voor zich dat de arts de zorgcontinuïteit dient te verzekeren voor patiënten met een chronische ziekte, in het bijzonder indien de opvolging cruciaal is voor de patiënt: er kan o.m. worden gedacht aan zware diabetespatiënten, patiënten die bloedverdunners innemen, patiënten die een transplantatie ondergingen, patiënten met een nierinsufficiëntie en aan de opvolging van cerebrovasculaire accidenten en ernstige open wonden. De geriatrische en/of psychiatrische patiënten die thuis geïsoleerd zijn mogen niet uit het oog verloren worden. Indien de arts zelf de opvolging van zijn patiënten niet kan verzekeren, dient hij hen door te verwijzen naar een medische structuur die de zorg voor hen kan opnemen.

Sinds 4 mei 2020 mag het ambulante-zorgaanbod opnieuw uitgebreid worden. De zorg dient verstrekt te worden in een voor de patiënt en de zorgverlener veilige omgeving. Het bureau verwijst naar het algemene kader dat vastgelegd is door Sciensano (https://covid19.sciensano.be/sites/default/files/Covid19/COVID19_procedure_out%20patients_NL.pdf).

Voorts verwijst hij naar de aanbevelingen van het RIZIV betreffende de erelonen voor een raadpleging op afstand (https://www.inami.fgov.be/nl/nieuws/Paginas/specifiek-honorarium-medisch-advies-telefoon-covid19.aspx en https://www.inami.fgov.be/SiteCollectionDocuments/faq_artsen_covid19.pdf en https://www.inami.fgov.be/nl/nieuws/Paginas/zorg-afstand-covid19-specifieke-info-verschillende-zorgberoepen.aspx.

In de huidige omstandigheden draagt iedereen de verantwoordelijkheid om verstandig en voorzichtig te werk te gaan in het belang van de gezondheid van de patiënt, die gewetens- en kwaliteitsvol verzorgd dient te worden, en van de gemeenschap.

De arts die een beslissing neemt via de telefoon moet, alvorens een vermoeden van besmetting met COVID-19 uit te sluiten, aandachtig zijn voor een atypisch ziektebeeld van de ziekte COVID-19 (patiënt zonder symptomen of misleidende symptomen), in het bijzonder bij oudere patiënten.

 

 

Vraag van masterstudenten geneeskunde of de Orde hun project “Telecorona” wil ondersteunen. Zij zouden de eerstelijnszorg willen ontlasten en stellen zich tijdens de door COVID-19 veroorzaakte gezondheidscrisis op als informatieverstrekker via teleconsultatie. (27 maart 2020)

(Onze ref.: Telecorona/NR)

Het bureau moedigt alle initiatieven aan die artsen kunnen helpen in de strijd tegen COVID-19. Er zijn momenteel al verschillende initiatieven lopende waarbij studenten-arts ingezet worden, binnen het stagegebeuren, door de universiteiten op plaatsen waar de hulp het meest noodzakelijk is. Het is van belang deze initiatieven te bundelen om een zo groot mogelijke impact te hebben op de hulpverlening.

Evenwel heeft het bureau zijn bedenkingen bij dit initiatief.

Vooreerst zou bij de patiënt verkeerdelijk de indruk kunnen worden gewekt dat hij een beroep doet op een arts. Bij aanvang van het telefonisch contact zou op een duidelijke wijze moeten worden gecommuniceerd dat de ontvanger van de oproep geen arts is.

Daarnaast mag de student de medische toestand van de patiënt niet interpreteren. Het interpreteren van de ernst van de medische toestand van de patiënt is een medische handeling in de zin van artikel 3 van de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

Daarenboven heeft de nationale raad in zijn advies van 21 september 2019 (advies NR, a166007) gewezen op de moeilijkheden voor de arts om gebruik te maken van teleconsultatie. Het gebruik van telegeneeskunde vergt de nodige kennis en communicatieve vaardigheden. Teleconsultatie is slechts toegelaten indien de arts de patiënt kent, toegang heeft tot het medisch dossier en de continuïteit van de zorg kan waarborgen. Deze voorwaarden werden nogmaals herhaald in het persbericht van de nationale raad van 10 maart 2020 in verband met COVID-19.

Ten slotte kan het initiatief niet worden ondersteund zonder de nodige en voldoende supervisie van erkende artsen. De kwaliteit van de zorg en de veiligheid van de patiënt kunnen hierbij niet worden gewaarborgd.

Om voornoemde redenen, kan het bureau van de nationale raad het initiatief niet ondersteunen.

 

 

  • Wat zijn de praktische modaliteiten voor de organisatie van teleconsultaties via videobeelden tijdens de COVID-19-pandemie? (bijgewerkt op 11 mei 2020)

(Onze ref.: 99590)

Op deontologisch vlak is een aanpak op afstand slechts aanvaardbaar onder de voorwaarden, dat de arts a) de patiënt en zijn antecedenten goed kent, b) inzage heeft in de medische informatie betreffende de patiënt (medisch dossier) en c) in staat is de continuïteit van de zorg te waarborgen. (Persbericht van de nationale raad van de Orde der artsen van 10 maart 2020 in verband met de uitzonderlijke maatregelen die de eerstelijnsgeneeskunde dient te treffen in het kader van de pandemie van het coronavirus (COVID-19)).

Ingeval er geen dossier bestaat of het onmogelijk is er toegang toe te hebben, moet de arts de antecedenten en de medische situatie van de patiënt kunnen begrijpen door een zorgvuldige en volledige anamnese die voornamelijk betrekking heeft op de huidige medicamenteuze behandelingen.

Op organisatorisch vlak heeft de Task Force "Data/technology against Corona", opgericht door de overheid ten gevolge van de crisis veroorzaakt door COVID-19, modaliteiten en goede praktijken opgesteld die u vindt op https://www.ehealth.fgov.be/nl/egezondheid/task-force-data-technology-against-corona/nuttige-apps.

De richtlijnen van het RIZIV zijn te vinden op https://www.inami.fgov.be/nl/nieuws/Paginas/zorg-afstand-covid19-specifieke-info-verschillende-zorgberoepen.aspx.