Skip to content

10. Beroepsgeheim

  • Mag de arts de diagnose van de overleden patiënt meedelen aan het mortuarium en de begrafenisondernemer ingeval het gaat om een COVID-19-patiënt? (bijgewerkt op 17 april 2020)

(Onze ref. : Covid-19-99630)

Het bureau verwijst naar de aanbevelingen van Sciensano, “Procedure voor het beheer van een overlijden van een patiënt met Covid-19”, versie van 1 april 2020, https://epidemio.wiv-isp.be/ID/Documents/Covid19/COVID-19_procedure_deaths_NL.pdf.

Uit punt 3 "Informatieoverdracht" blijkt uitdrukkelijk dat personeel van het mortuarium en de begrafenisondernemers op de hoogte moeten worden gebracht van een (mogelijk) overlijden door COVID-19, via strook A van het overlijdensattest (Model IIIC en IIID).

Punt 10 "Administratieve bepalingen", preciseert het volgende:
"Op het overlijdensattest (Model IIIC of IIID) moet de arts bij het overlijden van een patiënt die COVID-19 positief testte of bij een klinisch vermoeden dat deze COVID-19 positief is, maar geen test werd uitgevoerd (mogelijk geval) op strook A bij rubrieken ‘bezwaar tegen schenking lichaam(2)':ja aankruisen en bij ‘bezwaar tegen eventueel vervoer zonder kist(6)':neen.
(...)
Op de strook A moet gespecifieerd worden dat het gaat om een (mogelijk) overlijden aan COVID-19.
COVID-19 is geen tegenindicatie voor crematie."

 

 

  • Wat mag de arts ondernemen indien de patiënt het zorgcentrum/ziekenhuis verlaat en hierdoor de maatregelen overtreedt en andere personen in gevaar brengt? (bijgewerkt op 17 april 2020)

(Onze ref. : Covid-19-99657)

Een zorgcentrum/ziekenhuis dat instaat voor de zorg aan COVID-19-patiënten heeft niet de wettelijke bevoegdheid patiënten te verhinderen de zorginstelling te verlaten.

De zorgverleners binnen de zorginstelling zijn gehouden tot het beroepsgeheim. Evenwel kunnen zij zich, na een afweging tussen het belang van het beroepsgeheim en het risico op besmetting en het gevaar voor de volksgezondheid, beroepen op de noodtoestand en de bevoegde instanties of personen op de hoogte brengen van de problematiek, bijvoorbeeld de nachtopvangdiensten of de naasten van de patiënt.

Het is van belang om, in eerste instantie, goed te communiceren met de patiënt, de maatregelen op een duidelijke manier uit te leggen, alsook de gevolgen die de patiënt veroorzaakt door het vroegtijdig verlaten van de instelling.