Skip to content

Code van medische deontologie (2018)

Art. 39 - De arts verstrekt de vereiste zorg aan wie in nood verkeert. Hij neemt de nodige veiligheidsmaatregelen in acht voor zichzelf en anderen.

Toelichting

De arts heeft de deontologische plicht om te behandelen en te verzorgen.

In het bijzonder dient elke arts, ongeacht zijn kwalificatie, onverwijld hulp te bieden aan iedere persoon die in groot en dreigend gevaar verkeert.

Dit betekent niet dat de arts zijn eigen veiligheid noch die van anderen in het gedrang moet brengen. Het dilemma waarmee de arts wordt geconfronteerd, tussen zijn menselijke plicht om zorg te verstrekken en de bescherming van zijn integriteit, mag niet worden herleid tot het beoordelen van de waarde die primeert, maar dient zodanig te worden benaderd dat kan worden voldaan aan beide vereisten.

De behandelingsplicht gaat gepaard met de maximale vrijwaring van de veiligheid van de arts en van zijn toekomst, alsook van die van zijn naasten, via aangepaste gezondheids-, sanitaire en sociale maatregelen (ziekte-, invaliditeits- en overlijdensverzekering, enz.). Deze maatregelen komen ten laste van de betrokken arts, maar ook van de zorginstelling en de maatschappij.

Een gedegen beroepsopleiding, de uitbouw van een aangepaste infrastructuur, het uitwerken van preventieve strategieën, een transparante, professionele en met alle betrokkenen uitgewerkte faire risicospreiding zijn maatregelen die zijn ingegeven door respect, billijkheid en solidariteit ten opzichte van de gezondheidszorgberoepsbeoefenaars die gevaar lopen voor hun integriteit bij de uitoefening van hun beroep.

Voor het misdrijf schuldig verzuim is vereist dat de verzuimer kon helpen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen.