Skip to content

Code van geneeskundige plichtenleer 1975

Deze tekst is niet meer van kracht.

Sinds 3 mei 2018 geldt een nieuwe code van medische deontologie, toegankelijk onder de tab "Code".

De inhoud van de vroegere code van medische deontologie blijft beschikbaar voor documentatiedoeleinden.

TITEL V : Verhouding artsen-derden

« TITEL IV

Hoofdstuk III : Verhouding met apothekers, licentiaten in de tandheelkunde, vroedvrouwen, verplegenden en leden van paramedische beroepen

« Hoofdstuk II
Art. 177
01/01/1975

De arts moet de onafhankelijkheid van apothekers, licentiaten in de tandheelkunde en vroedvrouwen eerbiedigen en elke ongewettigde handeling vermijden die hen nadeel zou kunnen berokkenen in hun betrekking met de patiënten.
In zijn beroepsverhouding met de paramedici en andere medewerkers, zal de arts zorgen voor een uitstekende samenwerking.

Art. 178
01/01/1975

De artsen zullen in hun beroepsverhouding met de apothekers de wettelijke bepalingen eerbiedigen in verband met de vorm van de voorschriften. Zij zullen hun voorschriften aan de behoeften van iedere patiënt aanpassen.
De artsen zullen geen geheime verstandhouding met apothekers onderhouden.
Zij eerbiedigen de vrije keuze van apotheker door de patiënt.

Art. 179
01/01/1975

§1. Behoudens de door de wet op de medisch-farmaceutische cumulatie toegelaten afwijking, is de verkoop van geneesmiddelen door de praktiserende arts verboden.

§2. Het verkopen of verhuren aan zijn patiënten van geneeskundige of protheseapparaten mag de arts geen enkele winst opleveren.

§3. De arts mag niet terzelfder tijd de geneeskunde uitoefenen en fabrikant of verdeler zijn van geneesmiddelen, geneeskundige of protheseapparaten.

Art. 180
01/01/1975

De uitoefening van het beroep brengt de artsen ertoe nauw samen te werken met het verplegend personeel. Het eigen karakter van de functie van deze laatsten moet worden erkend in de geest van artikel 177.

Art. 181
01/01/1975

Bij hun beroepscontacten met hun paramedische medewerkers, zullen de artsen ieder initiatief vermijden dat deze ertoe zou kunnen aanzetten de geneeskunde op onwettige wijze uit te oefenen.

Art. 182
01/01/1975

In het kader van de groepsgeneeskunde of wanneer zij in groepsverband werken met medewerkers, moeten de artsen er op letten deze laatsten geen handelingen te doen verrichten die buiten hun bevoegdheid vallen.