Skip to content

Code van geneeskundige plichtenleer 1975

Deze tekst is niet meer van kracht.

Sinds 3 mei 2018 geldt een nieuwe code van medische deontologie, toegankelijk onder de tab "Code".

De inhoud van de vroegere code van medische deontologie blijft beschikbaar voor documentatiedoeleinden.

TITEL V : Verhouding artsen-derden

« TITEL IV

Hoofdstuk II : Overeenkomsten met niet-artsen, uitvindingen en octrooien

Hoofdstuk III »« Hoofdstuk I
Art. 173
20/12/2008
> 2 vorige

(Gewijzigd op 20 december 2008)

§1. Elke overeenkomst tussen artsen of artsen-vennootschappen en niet-artsen en die een invloed kan hebben op de deontologische aspecten van de beroepsuitoefening van de arts dient schriftelijk vastgelegd te worden en mag slechts ondertekend worden nadat het ontwerp ervan op deontologisch vlak goedgekeurd werd door de bevoegde provinciale raad. Hetzelfde geldt voor elke wijziging van een dergelijke overeenkomst.

§2. De vorige bepaling is niet van toepassing op de protocollen voor medische experimenten voor zover zij ter goedkeuring worden voorgelegd aan een commissie voor medische ethiek.

Art. 174
16/04/1994
> 1 vorige

Een dergelijke overeenkomst is verboden wanneer ze kan aanleiding geven tot misbruik of beperking van de diagnostische of therapeutische vrijheid of wanneer ze de kwaliteit van de zorgen kan in het gedrang brengen.

Art. 175
16/04/1994
> 1 vorige

Behalve bij gemotiveerde noodzaak om de termijn te verlengen, beslist de provinciale raad binnen de vier maanden over de conformiteit van het voorgelegde dossier aan de medische deontologie.

Art. 176
16/04/1994
> 1 vorige

De uitvinding van diagnostische of therapeutische procédés of de verbetering ervan verleent nooit een recht op exclusief gebruik.

Op een uitvinding, die vatbaar is voor industriële of commerciële uitbating in de gezondheidszorg, kan een octrooi genomen worden op naam van een arts, mits eerbiediging van de wetten en van de medische ethiek.