Skip to content

Code van geneeskundige plichtenleer

Laatste aanpassing : december 2016

- artikel 42

De Orde der artsen werkt tegen het voorjaar 2018 aan een nieuwe code van geneeskundige plichtenleer.

TITEL I : Algemene bepalingen

TITEL II »

Hoofdstuk V : Het geneeskundig kabinet

« Hoofdstuk IV
Art. 20
12/04/2003
> 1 vorige

(Gewijzigd op 12 april 2003)

Een geneeskundig kabinet is de plaats waar de arts patiënten ontvangt, onderzoekt, adviezen geeft of zorgen toedient.

Art. 21
12/04/2003
> 1 vorige

(Gewijzigd op 12 april 2003)

De uitrusting van een kabinet en de organisatie van de praktijk dienen de arts toe te laten zijn beroep op een kwalitatief hoogstaand niveau uit te oefenen en de continuïteit van de zorg te verzekeren. De inrichting van een kabinet dient de waardigheid en de intimiteit van de patiënt te eerbiedigen.

Art. 22
12/04/2003
> 1 vorige

§1. (Gewijzigd op 12 april 2003) De arts zal zijn praktijk bij voorkeur op één plaats uitoefenen. Zo hij nochtans zijn activiteiten over meer dan één kabinet spreidt of wenst te spreiden moet hij zijn provinciale raad hiervan op de hoogte brengen, de spreiding van zijn activiteiten motiveren en de plaats van zijn hoofdactiviteit aanduiden.

§2. (Gewijzigd op 12 april 2003) Teneinde inbreuken op de bepalingen van de geneeskundige plichtenleer te voorkomen of te doen ophouden, zal de provinciale raad bij zijn beslissing rekening houden met onder meer de belangen van de zieken, de kwaliteit en de continuïteit van de zorg, de bescherming van het beroepsgeheim, de vrije artsenkeuze, de bijzondere geografische ligging, de aard van de uitgeoefende discipline en met de uitrusting van het kabinet.

§3. Wanneer een arts zijn bedrijvigheid spreidt over verscheidene kabinetten, gevestigd in verschillende provincies of in een gemeente die uitsluitend onder de bevoegdheid valt van de Provinciale Raad van Brabant, hetzij met het Frans, hetzij met het Nederlands als voertaal, moet op initiatief van de Provinciale Raad waaronder de arts ressorteert, het advies van de betrokken Provinciale Raad worden gevraagd.

Art. 23
01/01/1975

Het uitoefenen van marktgeneeskunde is verboden.

Art. 24
01/01/1975

Het is de arts verboden een geneeskundig kabinet door een collega te laten beheren of zelf het beheer van een geneeskundig kabinet voor een collega op zich te nemen.

Art. 25
01/01/1975

Het is verboden zowel preventieve als curatieve geneeskunde uit te oefenen in commerciële vertrekken of aangrenzende lokalen, onverminderd de reglementen die de plaatsen voor de uitoefening van arbeidsgeneeskunde omschrijven.

Art. 26
01/01/1975

Behoudens onderling akkoord, mag een arts zich niet vestigen in een kabinet dat, al dan niet vrijwillig, verlaten werd door een collega die nog praktiseert in het land, tenzij na het verstrijken van de termijn en onder de voorwaarden bepaald door de raad van de Orde van de provincie waartoe de tweede bewoner behoort.