Skip to content

Code van geneeskundige plichtenleer 1975

Deze tekst is niet meer van kracht.

Sinds 3 mei 2018 geldt een nieuwe code van medische deontologie, toegankelijk onder de tab "Code".

De inhoud van de vroegere code van medische deontologie blijft beschikbaar voor documentatiedoeleinden.

TITEL II : De arts ten dienste van de patiënt

TITEL III »« TITEL I

Hoofdstuk IV : Heelkunde

Hoofdstuk V »« Hoofdstuk III
Art. 48
01/01/1975

Elke arts moet ervoor waken dat de zieke in alle omstandigheden vrij een chirurg kan kiezen. De behandelende arts zal de zieke in geweten bij deze keuze helpen.

Art. 49
01/01/1975

De chirurg mag weigeren tot een ingreep over te gaan wanneer de indicatie hem onvoldoende verantwoord lijkt of om een andere gegronde reden.

Art. 50
01/01/1975

Om de patiënt met de beste zorgen te omringen, moet de chirurg bevoegde assistenten kiezen. Hij draagt de verantwoordelijkheid voor die keuze.

Art. 51
01/01/1975

Indien een arts met de anesthesie wordt belast, krijgt hij van de chirurg of ieder ander opererend arts alle nuttige informatie en neemt hij zijn eigen verantwoordelijkheid op zich.
De arts-anesthesist moet toezicht houden op de anesthesie gedurende heel de tijd van de ingreep. Hij moet de medische en paramedische medewerkers die hem bijstaan evenals het nodige materiaal kunnen kiezen en er zich verantwoordelijk voor stellen.

Art. 52
01/01/1975

In het belang van de zieke moet de chirurg in vertrouwen met de behandelende arts samenwerken.

Art. 53
01/01/1975

Bij preleveren van weefsels of organen "ex vivo" met het oog op transplantaties, wordt verondersteld dat de donor of, bij onomkeerbaar coma, diens wettelijke vertegenwoordigers, voorafgaandelijk hun toestemming hebben gegeven; voor het wegnemen van organen "post mortem", dient men zich nauwgezet te houden aan de regels welke thans gelden voor de vaststelling van de dood van de donor. De impliciete of uitdrukkelijke weigering van de patiënt tot preleveren op zijn lijk, moet worden geëerbiedigd.

Art. 54
16/07/1988
> 1 vorige

(Gewijzigd op 16 juli 1988)

Hoewel het doorgaans slechts een kleine ingreep betreft, heeft de heelkundige sterilisatie verstrekkende gevolgen.
De sterilisatie mag bijgevolg slechts worden uitgevoerd na een degelijke voorlichting van de echtgenoten of partners over de ingreep en de gevolgen ervan.
De persoon die de ingreep zal ondergaan moet vrij kunnen beslissen en het gebeurlijk verzet van echtgenoot of partner blijft zonder gevolg.