Skip to content

Code van geneeskundige plichtenleer 1975

Deze tekst is niet meer van kracht.

Sinds 3 mei 2018 geldt een nieuwe code van medische deontologie, toegankelijk onder de tab "Code".

De inhoud van de vroegere code van medische deontologie blijft beschikbaar voor documentatiedoeleinden.

TITEL II : De arts ten dienste van de patiënt

TITEL III »« TITEL I

Hoofdstuk VI : Erelonen

Hoofdstuk VII »« Hoofdstuk V
Art. 71
19/01/1991
> 1 vorige

De arts moet gematigd en bescheiden zijn bij het vaststellen van het ereloon betreffende zijn prestaties. Binnen deze perken mag hij rekening houden met de belangrijkheid van de geleverde prestaties, de economische toestand van de patiënt, zijn eigen faam en de eventuele bij¬zondere omstandigheden. Hij weigert niet aan de zieke of diens vertegenwoordigers uitleg te verstrekken omtrent het bedrag van het ereloon betreffende zijn prestaties.

Art. 72
19/01/1991
> 1 vorige

Het ereloon is volkomen eigendom van de arts ongeacht of dit rechtstreeks of door bemiddeling van een gemachtigde wordt geïnd. Indien de arts werkzaam is in een instelling moet deze bepaling uitdrukkelijk worden vermeld in elk contract tussen de arts en die instelling.

Indien de arts zijn beroep uitoefent als vennoot in een professionele vennootschap met rechtspersoonlijkheid, wordt het ereloon betreffende zijn prestaties geïnd in naam en voor rekening van de vennootschap. Is de arts-vennoot werkzaam in een instelling, dan moet deze bepaling uitdrukkelijk worden vermeld in elk contract tussen die instelling en de vennootschap.

Art. 73
19/01/1991
> 1 vorige

De arts moet in principe de ereloonnota's met betrekking tot door hem uitgevoerde prestaties persoonlijk opmaken.
Dit geldt ook voor consult onder artsen.

Art. 74
19/01/1991
> 1 vorige

Indien hij daarvoor een beroep doet op administratief personeel of op een administratieve dienst, dan moet de arts controle uitoefenen en draagt hij de verantwoordelijkheid.

Art. 75
19/01/1991
> 1 vorige

De ereloonstaat dient binnen het jaar na de prestatie te worden toegestuurd.

Bij het innen van erelonen dient elke handelwijze vermeden te worden die niet strookt met de vereiste waardigheid van de arts-patiëntverhouding.

Art. 76
19/01/1991
> 1 vorige

In de gevallen waarin een gezamenlijke ereloonstaat wordt opgesteld, moet het voor de prestaties van elke arts aangerekend bedrag afzonderlijk worden vermeld.

Art. 77
19/01/1991
> 1 vorige

Een schadeloosstelling mag gevraagd worden voor een nutteloos geworden huisbezoek of voor een verzuimde afspraak indien zij niet tijdig werden afgezegd.

Art. 78
19/01/1991
> 1 vorige

Het vragen van honoraria die merkelijk te hoog liggen duidt op een gebrek aan eerlijkheid en bescheidenheid en kan, onverminderd de bevoegdheid van de provinciale raden om uitspraak te doen over ereloonbetwistingen, aanleiding geven tot tuchtmaatregelen.

Indien artsen bepaalde verbintenissen hebben aangegaan of handelen overeenkomstig plaatselijke gebruiken, mogen zij geen daden stellen die een misbruik zouden betekenen van het recht lagere erelonen te vragen en vooral geen cliënteel werven door, op welke wijze dan ook, van hun stelselmatig lagere erelonen melding te maken.

Art. 79
25/05/2013
> 2 vorige

Artikel gewijzigd op 25/05/2013 - zie memorie van toelichting advies a141019


Artikel gewijzigd op 25/05/2013 - zie memorie van toelichting advies a141019

Medische erelonen voor de verzorging van naaste verwanten, collega's of medewerkers
(25/05/2013)

De Nationale Raad van de Orde van geneesheren heeft beslist het artikel 79 van de Code van geneeskundige plichtenleer betreffende de medische erelonen die artsen aanrekenen voor de verzorging van naaste verwanten, collega's of medewerkers, op te heffen.

Advies van de Nationale Raad :

In zijn vergadering van 25 mei 2013 heeft de Nationale Raad van de Orde van geneesheren opnieuw de kwestie onderzocht van de medische erelonen voor zorg door artsen verstrekt aan naaste verwanten, collega's of medewerkers.

Artikel 79 van de Code van geneeskundige plichtenleer bepaalt :

Het is gebruikelijk dat een geneesheer geen ereloon aanrekent voor de verzorging van zijn naaste verwanten en zijn medewerkers, alsook van zijn collega's en de personen ten laste van deze laatsten.
Niettemin mag een vergoeding gevraagd worden voor de kosten die eruit voortspruiten.

Uit de vele interpellaties die de Nationale Raad ontvangt in verband met de toepassing van voornoemd artikel 79, blijkt dat de rechtvaardiging van deze kosteloosheid van de zorg niet langer unaniem begrepen en aanvaard wordt door de leden van het artsenkorps.

Het gebruik waar dit artikel naar verwijst vindt zijn oorsprong in de Hippocratische traditie van solidariteit tussen de leden van het artsenkorps en was gerechtvaardigd in een periode waarin de dekking verzekerd door de verzekeringsstelsels beperkt, of zelfs onbestaande was.

De technologische evolutie en de ziekenhuisfinanciering laten de arts niet langer toe alleen te beslissen over het niet factureren van verstrekkingen gedaan binnen zorgstructuren.

In het licht van deze vaststelling vond de Nationale Raad het opportuun het huidige artikel 79 van de Code van geneeskundige plichtenleer op te heffen.

Deze opheffing verandert geenszins de deontologische regel bepaald in artikel 11 van voornoemde Code : De geneesheren moeten goede collegiale betrekkingen met elkaar onderhouden en elkaar bijstaan.

 

(Opgeheven op 25 mei 2013)

Art. 80
01/01/1975

Ereloonverdeling tussen artsen is toegestaan wanneer zij betrekking heeft op een aan de zieke rechtstreeks of onrechtstreeks bewezen dienst in het kader van de groepsgeneeskunde. Behoudens deze gevallen, is het aanvaarden, het aanbieden of het vragen van een ereloonverdeling, zelfs zonder gevolg, een ernstige fout.

Art. 81
01/01/1975

Elke ereloonverdeling tussen artsen en niet-artsen is verboden.

Art. 82
01/01/1975

Wanneer de arts een forfaitaire vergoeding krijgt, mag zijn beroepsactiviteit daardoor niet ondergeschikt worden aan de financiële belangen van de natuurlijke of rechtspersonen die hem bezoldigen. Laatstgenoemden mogen geen enkel voordeel halen uit een mogelijk verschil tussen het ereloon dat zij innen als gemachtigden van de arts en zijn forfaitaire vergoeding.
Enkel de normale kosten die voortvloeien uit de medische activiteiten kunnen, indien zij door de arts gekend en goedgekeurd zijn, een dergelijk verschil rechtvaardigen. De forfaitaire vergoeding mag niet lager liggen dan het overeenkomstige inkomen van een arts die voor gelijkwaardige activiteiten per prestatie wordt vergoed.
Elk contract of statuut, dat in forfaitaire vergoeding van de arts voorziet, moet vóór de afsluiting of goedkeuring ervan door de arts, voor advies aan de bevoegde provinciale raad van de Orde worden voorgelegd.

Art. 83
01/01/1975

Het is de arts verboden forfaitaire erelonen te aanvaarden die terzelfder tijd prestaties en leveringen van geneesmiddelen of prothesen dekken.

Art. 84
01/01/1975

Wanneer na onderling overleg, een honorariumpool door een medische groep wordt ingesteld, mag deze laatste, onverminderd de beschikkingen van artikel 80, slechts bestaan uit actieve leden-artsen die allen aan de verzorging van de patiënten deelnemen.
Het associatiecontract moet vooraf aan de provinciale raad van de Orde worden voorgelegd. De raad moet nagaan of de regels van deontologie in het contract worden geëerbiedigd en zal er in het bijzonder voor waken dat de voorwaarden voor de vrije keuze van de patiënt en de onafhankelijkheid van de arts voldoende zijn gewaarborgd.
Hij zal verder nagaan of deze verenigingsvorm geen aanleiding kan geven tot de uitbuiting van de activiteiten van sommige leden van de pool door anderen of tot praktijken die misbruiken van de therapeutische en diagnostische vrijheid in de hand werken.