Skip to content

Code van geneeskundige plichtenleer 1975

Deze tekst is niet meer van kracht.

Sinds 3 mei 2018 geldt een nieuwe code van medische deontologie, toegankelijk onder de tab "Code".

De inhoud van de vroegere code van medische deontologie blijft beschikbaar voor documentatiedoeleinden.

TITEL IV : Verhouding tussen artsen

TITEL V »« TITEL III

Hoofdstuk III : De plaatsvervangende arts

Hoofdstuk IV »« Hoofdstuk II
Art. 153
01/01/1975

De arts die een afwezige of zieke collega vervangt, moet ingeschreven zijn op de Lijst van de Orde.

Art. 154
01/01/1975

Alleen de plaatsvervangende arts heeft recht op de erelonen; verdeling van erelonen is nooit toegelaten. Indien de plaatsvervangende arts lokalen, personeel of het instrumentarium gebruikt, mag daarvoor een billijke vergoeding worden gevraagd.

Art. 155
01/01/1975

Wanneer de periode van de vervanging twee maanden overschrijdt, is een schriftelijke overeenkomst vereist, die vóór de ondertekening aan de provinciale raad waarbij de vervangen arts is ingeschreven, moet worden voorgelegd.

Art. 156
01/01/1975

Behoudens schriftelijk akkoord tussen de belanghebbenden, mag een arts die een collega heeft vervangen zich niet komen vestigen in omstandigheden die tot onttrekking van cliënteel van de vervangen arts zouden kunnen leiden.

Art. 157
01/01/1975

Behoudens schriftelijk akkoord tussen de belanghebbenden, mag een arts die bij een collega als student of tijdens zijn opleiding als specialist een stage heeft volbracht, zich niet komen vestigen in omstandigheden die aanleiding zouden kunnen geven tot het onttrekken van patiënten van die collega.

Art. 158
13/07/2013
> 1 vorige

Artikel gewijzigd op 13/07/2013 - zie memorie van toelichting advies a142003


Artikel gewijzigd op 13/07/2013 - zie memorie van toelichting advies a142003

Financiële implicaties:
Tijdens de periode van het verbod, mag de geschorste arts geen inkomsten (ereloon, inkomstenpool, forfaitaire honoraria) verbonden aan de ‘uitoefening van de geneeskunde' ontvangen. Uiteraard is ereloondeling met de vervangende arts ook uitgesloten.

Andere inkomsten verbonden aan het verzorgen van de continuïteit, i.c. bv. bij vervanging het gebruik van lokalen/materialen, moeten vooraf medegedeeld worden aan de provinciale raad ter nazicht en/of goedkeuring - voor zover die bepalingen niet reeds vermeld worden in overeenkomsten of statuten (cf. art. 159) van samenwerkingsverbanden, associaties, groepspraktijken, etc.

Toegang tot medische dossiers: aan de vervangende arts of aan de arts aangeduid door de patiënt moet alle medische informatie worden bezorgd die nuttig en noodzakelijk is voor de continuïteit van de zorgen.

 

(Gewijzigd op 13 juli 2013)

§ 1. Een arts aan wie door een wettelijk bevoegde instantie een verbod is opgelegd om de geneeskunde uit te oefenen, ontvangt geen inkomsten verbonden aan de uitoefening.

§ 2. De geschorste arts moet bovendien maatregelen treffen om de continuïteit van de zorgen te verzekeren.

Daartoe kan de arts zich tijdens de periode van het verbod laten vervangen door één of meerdere artsen met dezelfde wettelijke kwalificatie.

De maatregelen worden vooraf schriftelijk medegedeeld aan de bevoegde Provinciale Raad, die ze goedkeurt of aanpassingen ervan oplegt.

§ 3. Alle overeenkomsten of statuten moeten de navolging van de bepalingen van dit artikel expliciet vermelden.