Skip to content

Code van geneeskundige plichtenleer

Laatste aanpassing : december 2016

- artikel 42

De Orde der artsen werkt tegen het voorjaar 2018 aan een nieuwe code van geneeskundige plichtenleer.

TITEL V : Verhouding artsen-derden

« TITEL IV

Hoofdstuk I : Contracten met verzorgingsinstellingen

Hoofdstuk II »
Art. 166
01/01/1975

Elke overeenkomst gesloten tussen artsen en verzorgingsinstellingen moet door een schriftelijk contract worden geregeld.

De statuten, contracten en huishoudelijke reglementen moeten stroken met de bepalingen van de geneeskundige plichtenleer.

Elke bepaling die indruist tegen de plichten die ontstaan uit het stilzwijgend verzorgingscontract dat de arts met zijn zieke verbindt, is verboden.

Art. 167
01/01/1975

Elk statuut of contract en elke wijziging van een bestaand statuut of contract moet vooraf worden voorgelegd aan de provinciale raad waartoe de artsen behoren, evenals het huishoudelijk reglement of de documenten waarnaar in het contract wordt verwezen.

De provinciale raad zal binnen de drie maanden onderzoeken of de statutaire, contractuele of reglementaire bepalingen overeenstemmen met de beginselen van de geneeskundige plichtenleer.

Art. 168
22/02/2014
> 1 vorige

Artikel gewijzigd op 22/02/2014 - zie memorie van toelichting advies a145001


Artikel gewijzigd op 22/02/2014 - zie memorie van toelichting advies a145001

Het artikel 168 van de Code van geneeskundige plichtenleer wordt aangepast ten einde tegenstrijdigheden met de thans geldende wetgeving weg te werken en de tekst van het artikel voor de diverse toepassingsgevallen toegankelijker te maken.

(Gewijzigd op 22 februari 2014)

Wanneer een arts buiten de modaliteiten die in de wet zijn voorzien, gebruik maakt van diensten van een verzorgingsinstelling, dienen de voorwaarden voor dit gebruik bepaald te worden in een overeenkomst tussen deze beoefenaar en de verzorgingsinstelling, rekening houdende met de reële onkosten.

Art. 169
01/01/1975

Geen enkele contractuele, statutaire of reglementaire bepaling mag de keuze van de middelen beperken die moeten worden aangewend, hetzij voor het stellen van de diagnose, hetzij voor het instellen en uitvoeren van de behandeling, hetzij voor de raadpleging van een praktiserende arts die niet tot de instelling behoort.

Art. 170
01/01/1975

De artsen die werkzaam zijn in een verzorgingsinstelling, moeten er voor waken dat een medische raad wordt opgericht, die wordt gekozen uit en door de beoefenaars van de geneeskunde, die bij de werking van de instelling zijn betrokken.

Art. 171
01/01/1975

Elke bepaling die de bevoegdheid om uitspraak te doen over deontologische betwistingen tussen artsen, toekent aan een bestuursorgaan of enig ander college, is verboden.

Art. 172
01/01/1975

Het statuut of contract moet bepalen dat de arts op medisch vlak een werkelijk gezag uitoefent over het personeel van zijn dienst.