Skip to content

Artikel

TITEL II : De arts ten dienste van de patiënt

Hoofdstuk VIII : Experimenten op mensen

Art. 92


14/11/1998

§1. Het beproeven van nieuwe geneesmiddelen en inzonderheid de "dubbel blind" proeven mogen de zieke niet opzettelijk beroven van een erkende waardevolle behandeling; de wetenschappelijke gegevens en de voorafgaande proefnemingen op dieren met deze behandeling, moeten een redelijke kans op slagen in uitzicht stellen.

§2. (Gewijzigd op 14 november 1998) Ieder arts die deelneemt aan biomedisch onderzoek op mensen vergewist er zich van of het onderzoeksprotocol wel degelijk werd voorgelegd aan een door de Nationale Raad van de Orde van geneesheren erkende commissie voor medische ethiek en neemt kennis van het uitgebracht advies.

§3. Bij ongeneeslijke aandoeningen volgens de huidige stand van de medische kennis en in de eindfasen van deze aandoeningen, moet het beproeven van nieuwe therapieën of nieuwe chirurgische technieken voldoende redelijke kansen inhouden om nuttig te zijn en vooral rekening houden met het moreel en lichamelijk welzijn van de zieke. Deze proeven mogen hem nooit bijkomende pijn of zelfs ongemak bezorgen.


01/01/1975

§1. Het beproeven van nieuwe geneesmiddelen en inzonderheid de "dubbel blind" proeven mogen de zieke niet opzettelijk beroven van een erkende waardevolle behandeling; de wetenschappelijke gegevens en de voorafgaande proefnemingen op dieren met deze behandeling, moeten een redelijke kans op slagen in uitzicht stellen.

§2. Elk therapeutisch of chirurgisch experiment moet morele waarborgen bieden, waarover zo nodig de provinciale raad van de Orde oordeelt, alsmede wetenschappelijke waarborgen waarop een bevoegd team dat onafhankelijk is van de proefnemer toezicht uitoefent. De gegevens moeten nauwkeurig worden verzameld en in rapporten worden opgetekend.

§3. Bij ongeneeslijke aandoeningen volgens de huidige stand van de medische kennis en in de eindfasen van deze aandoeningen, moet het beproeven van nieuwe therapieën of nieuwe chirurgische technieken voldoende redelijke kansen inhouden om nuttig te zijn en vooral rekening houden met het moreel en lichamelijk welzijn van de zieke. Deze proeven mogen hem nooit bijkomende pijn of zelfs ongemak bezorgen.


<< Terug