Skip to content

Artikel

TITEL IV : Verhouding tussen artsen

Hoofdstuk IV : De professionele samenwerking tussen artsen

Art. 160


30/06/2012

Associaties

§1. Artsen kunnen onderling associaties aangaan met het oog op een professionele samenwerking.

De associatie kan slaan op het geheel van de professionele activiteit waarbij alle beroepsinkomsten en uitgaven worden gepoold en volgens een bepaalde sleutel worden verdeeld (volledige associatie).

De associatie kan ook op slechts een gedeelte van de professionele activiteit slaan waarbij alle beroepsinkomsten en -uitgaven die uit dit gedeelte van de professionele activiteit voortvloeien worden gepoold en volgens een bepaalde sleutel worden verdeeld (partiële associatie).

De associatie kan zich beperken tot het poolen van de kosten en/of de gemeenschappelijke inbreng van middelen voor het geheel van de professionele activiteit of voor een gedeelte ervan (kostenassociatie genaamd). Deze gepoolde kosten worden volgens een bepaalde sleutel verdeeld.

§2. Een volledige associatie is slechts mogelijk tussen artsen, bij volledige integratie van hun beroepsactiviteit die een bestendig en gestructureerd karakter heeft, en als dusdanig naar buiten treedt.

Een partiële associatie is slechts mogelijk tussen artsen, bij volledige integratie van een gedeelte van hun beroepsactiviteit die een bestendig en gestructureerd karakter heeft, en als dusdanig naar buiten treedt. Een partiële associatie is eveneens mogelijk wanneer artsen, elk vanuit hun eigen deskundigheid, gewoonlijk samenwerken op het vlak van diagnostiek en behandeling van een specifieke pathologie.

Een kostenassociatie is niet alleen mogelijk tussen artsen die aan de criteria van een volledige of partiële associatie voldoen, maar ook tussen artsen zonder enige vorm van integratie van hun beroepsactiviteit en zonder enige vorm van patiëntgerichte samenwerking.

§3. (Gewijzigd op 30 juni 2012)
In afwijking van artikel 159, §3, kunnen associaties ook aangegaan worden tussen artsen, professionele artsenvennootschappen en vzw's van artsen.

Bij een volledige, partiële of kostenassociatie kan uitdrukkelijk worden bepaald dat het de leden verboden is een vennootschap met rechtspersoonlijkheid op te richten om in hun plaats deel uit te maken van de associatie.

§4. In een associatie int elk lid zijn honoraria in persoonlijke naam en voor eigen rekening en levert daartoe de nodige getuigschriften af. De door de associatie geaccepteerde beroepskosten worden betaald, ofwel via een gemeenschappelijke rekening, ofwel door de individuele leden die op afgesproken tijdstippen deze betalingen onderling afrekenen.

§5. De associatie kan naar buiten treden onder de naam van haar leden met vermelding van het uitgeoefende specialisme maar kan ook een eigen naam kiezen. Deze benaming moet door de bevoegde provinciale raad worden aanvaard.

§6. Een associatie kan overgaan tot de aanstelling van een voorzitter, secretaris of schatbewaarder mits de modaliteiten vooraf in een geschrift bepaald werden. De mandaten van de aldus aangestelde personen kunnen niet van onbeperkte duur zijn, noch vergoed worden. Enkel de reële onkosten kunnen vergoed worden.

§7. Artsen kunnen met het oog op een professionele samenwerking overeenkomsten afsluiten die niet de kenmerken hebben van een associatie. Deze overeenkomsten moeten voldoen aan artikel 159.


16/03/2002

Associaties

§1. Artsen kunnen onderling associaties aangaan met het oog op een professionele samenwerking.

De associatie kan slaan op het geheel van de professionele activiteit waarbij alle beroepsinkomsten en -uitgaven worden gepoold en volgens een bepaalde sleutel worden verdeeld (volledige associatie).

De associatie kan ook op slechts een gedeelte van de professionele activiteit slaan waarbij alle beroepsinkomsten en -uitgaven die uit dit gedeelte van de professionele activiteit voortvloeien worden gepoold en volgens een bepaalde sleutel worden verdeeld (partiële associatie).

De associatie kan zich beperken tot het poolen van de kosten en/of de gemeenschappelijke inbreng van middelen voor het geheel van de professionele activiteit of voor een gedeelte ervan (kostenassociatie genaamd). Deze gepoolde kosten worden volgens een bepaalde sleutel verdeeld.

§2. Een volledige associatie is slechts mogelijk tussen artsen, bij volledige integratie van hun beroepsactiviteit die een bestendig en gestructureerd karakter heeft, en als dusdanig naar buiten treedt.

Een partiële associatie is slechts mogelijk tussen artsen, bij volledige integratie van een gedeelte van hun beroepsactiviteit die een bestendig en gestructureerd karakter heeft, en als dusdanig naar buiten treedt. Een partiële associatie is eveneens mogelijk wanneer artsen, elk vanuit hun eigen deskundigheid, gewoonlijk samenwerken op het vlak van diagnostiek en behandeling van een specifieke pathologie.

Een kostenassociatie is niet alleen mogelijk tussen artsen die aan de criteria van een volledige of partiële associatie voldoen, maar ook tussen artsen zonder enige vorm van integratie van hun beroepsactiviteit en zonder enige vorm van patiëntgerichte samenwerking.

§3. In afwijking van artikel 159, §3, kunnen associaties ook aangegaan worden tussen artsen, professionele (eenpersoons)vennootschappen en vzw's van artsen.

Bij een volledige, partiële of kostenassociatie kan uitdrukkelijk worden bepaald dat het de leden verboden is een vennootschap met rechtspersoonlijkheid op te richten om in hun plaats deel uit te maken van de associatie.

§4. In een associatie int elk lid zijn honoraria in persoonlijke naam en voor eigen rekening en levert daartoe de nodige getuigschriften af. De door de associatie geaccepteerde beroepskosten worden betaald, ofwel via een gemeenschappelijke rekening, ofwel door de individuele leden die op afgesproken tijdstippen deze betalingen onderling afrekenen.

§5. De associatie kan naar buiten treden onder de naam van haar leden met vermelding van het uitgeoefende specialisme maar kan ook een eigen naam kiezen. Deze benaming moet door de bevoegde provinciale raad worden aanvaard.

§6. Een associatie kan overgaan tot de aanstelling van een voorzitter, secretaris of schatbewaarder mits de modaliteiten vooraf in een geschrift bepaald werden. De mandaten van de aldus aangestelde personen kunnen niet van onbeperkte duur zijn, noch vergoed worden. Enkel de reële onkosten kunnen vergoed worden.

§7. Artsen kunnen met het oog op een professionele samenwerking overeenkomsten afsluiten die niet de kenmerken hebben van een associatie. Deze overeenkomsten moeten voldoen aan artikel 159.


19/01/1991

Associaties

§1. Ongeacht hun discipline kunnen de artsen zich associëren om de beroepsuitoefening voor ieder van hen te vergemakkelijken door de gemeenschappelijke inbreng van de vereiste middelen.

§2. De samenwerking moet worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst of door de oprichting van een middelenvennootschap met of zonder rechtspersoonlijkheid.

§3. De medische honoraria blijven volledig buiten de middelenvennootschap die totaal los staat van de beroepsuitoefening zelf.


20/06/1987

Associaties

§1. Ongeacht hun discipline kunnen artsen zich associëren om de beroepsuitoefening voor ieder van hen te vergemakkelijken door de gemeenschappelijke inbreng van de vereiste middelen.

§2. De samenwerking moet worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst of door de oprichting van een middelenvennootschap met of zonder rechtspersoonlijkheid.

§3. De medische honoraria blijven volledig buiten de middelenvennootschap die totaal los staat van de beroepsuitoefening zelf.


01/01/1975

Associaties

§1. De verenigingen van artsen mogen aan hun leden rechtstreeks noch onrechtstreeks winst of profijt verschaffen.

§2. Zij mogen geen aanleiding geven tot een commerciële uitbating van de geneeskunde.


<< Terug