Skip to content

Code van medische deontologie

Hoofdstuk 2 : Respect

Hoofdstuk 3 »« Hoofdstuk 1
Art. 15
01/05/2018

De arts respecteert de vrije artsenkeuze van de patiënt, ook in groepsverband.

De arts licht de patiënt in wanneer de vrije artsenkeuze beperkt is, in het bijzonder tijdens de wachtdienst en in geval van urgentie.

Art. 16
01/05/2018

De arts gaat empathisch, attent en respectvol om met elke patiënt.

Art. 17
01/05/2018

De arts eerbiedigt de menselijke waardigheid en de autonomie van de patiënt.

Art. 18
01/05/2018

De arts betrekt de minderjarige en de wilsonbekwame patiënt overeenkomstig hun begripsvermogen bij de zorgverstrekking.

Art. 19
01/05/2018

De arts communiceert duidelijk en correct met de patiënt. Hij houdt daarbij rekening met zijn capaciteiten en zijn draagkracht, in het bijzonder bij de mededeling van slecht nieuws.

De arts respecteert, behoudens wettelijke uitzonderingen, de beslissing van een patiënt niet te worden ingelicht over een diagnose of prognose.

Art. 20
01/05/2018

De arts zorgt ervoor dat de patiënt of desgevallend zijn vertegenwoordigers geïnformeerd, vooraf en vrij kunnen toestemmen in elke medische tussenkomst.

De arts informeert de patiënt die een onderzoek of behandeling weigert, over de mogelijke gevolgen van zijn beslissing. Hij zoekt met de patiënt naar andere oplossingen.

De arts verstrekt de patiënt die niet in staat is om zijn toestemming te geven, de gepaste en gewetensvolle zorg die zijn toestand vereist.

Art. 21
01/05/2018

De arts wijst de patiënt op de gevolgen van onjuist geneesmiddelengebruik en van misbruik van substanties die tot afhankelijkheid kunnen leiden.

De arts licht de risico's van automedicatie en overconsumptie van geneesmiddelen toe.

De arts handelt bij ernstige middelenafhankelijkheid in multidisciplinair verband.

Art. 22
01/05/2018

De arts houdt voor elke patiënt een patiëntendossier bij, waarvan de samenstelling en de bewaring beantwoorden aan de wettelijke en deontologische vereisten.

De arts beheert, met respect voor het beroepsgeheim, het patiëntendossier als werkinstrument, communicatiemiddel, kwaliteitsreferentiepunt en bewijselement.

Art. 23
01/05/2018

De arts eerbiedigt de strikte vertrouwelijkheid van het patiëntendossier en verleent de patiënt inzage in zijn gezondheidsgegevens.

Art. 24
01/05/2018

De arts bewaart de patiëntendossiers veilig en met inachtneming van het beroepsgeheim gedurende dertig jaar na het laatste contact met de patiënt. Daarna mag hij die patiëntendossiers vernietigen.

De arts die zijn praktijk stopzet, bezorgt de arts die de patiënt aanwijst, of de patiënt alle nuttige inlichtingen voor de continuïteit van de zorg.

Art. 25
01/05/2018

De arts respecteert het medisch geheim. Dit omvat hetgeen de patiënt hem toevertrouwt en wat hijzelf ziet, hoort, verneemt, vaststelt, ontdekt of opvangt bij de uitoefening van zijn beroep. Deze verplichting blijft bestaan na het overlijden van de patiënt.
De arts zorgt ervoor dat zijn medewerkers de confidentialiteit respecteren.

Art. 26
01/05/2018

De arts bezorgt de patiënt de medische documenten die hij nodig heeft

De arts stelt deze documenten waarheidsgetrouw, objectief, voorzichtig en discreet op, met aandacht voor het vertrouwen dat de maatschappij in hem stelt. Hij vermeldt daarbij geen gegevens over derden.

De arts bezorgt op vraag van de patiënt de documenten aan de arts die de patiënt aanwijst.

Art. 27
01/05/2018

De arts eerbiedigt de finaliteit en de proportionaliteit bij de verwerking van gezondheidsgegevens.

De arts bezorgt op verzoek of met toestemming van de patiënt aan een andere gezondheidszorgbeoefenaar relevante informatie en gegevens.

Art. 28
01/05/2018

De arts die in rechte getuigt, kan enkel in het belang van zijn patiënt een zwijgrecht inroepen.

Art. 29
01/05/2018

De arts die mishandeling, misbruik, uitbuiting, belaging of verwaarlozing van een kwetsbare persoon vermoedt, doet onmiddellijk het nodige om deze persoon te beschermen.

De arts bespreekt het probleem met de betrokkene, dit in de mate van zijn mogelijkheden. Hij spoort hem aan zelf initiatieven te nemen. Indien de betrokkene hierin toestemt, consulteert de arts een ter zake deskundig gezondheidszorgbeoefenaar of doet beroep op een multidisciplinair centrum. De arts informeert de naasten van de betrokkene alleen in zijn belang en met zijn toestemming.

De arts die vermoedt dat een kwetsbaar persoon in een ernstig en dreigend gevaar verkeert of dat er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere kwetsbare personen het slachtoffer worden van mishandeling of verwaarlozing, kan op grond van zijn wettelijke hulpverleningsplicht, de procureur des Konings inlichten wanneer hij zelf of met hulp van anderen de fysieke of psychische integriteit van die personen niet kan beschermen.