Skip to content

Code van medische deontologie

Hoofdstuk 1 : Professionaliteit

Hoofdstuk 2 »« Hoofdstuk 0
Art. 3
01/05/2018

De arts heeft voor een kwaliteitsvolle uitoefening van zijn beroep de vereiste kennis en deskundigheid en de gepaste attitude.

Art. 4
01/05/2018

De arts onderhoudt tijdens zijn professionele loopbaan zijn wetenschappelijke kennis en schoolt die permanent bij.

De arts handelt overeenkomstig de huidige stand van de wetenschappelijke kennis. Hij draagt bij tot de vooruitgang ervan en deelt zijn kennis met zijn collega's en andere gezondheidszorgbeoefenaars.

Art. 5
01/05/2018

De arts heeft aandacht voor gezondheidspreventie, -bescherming en -promotie.

Art. 6
01/05/2018

De arts is zich bewust van de grenzen van zijn kennis en zijn mogelijkheden.

De arts vraagt, in het belang van de patiënt, het advies van collega's en andere gezondheidszorgbeoefenaars. Zo nodig stelt hij de patiënt voor hem te verwijzen naar een andere gekwalificeerde gezondheidszorgbeoefenaar.

De arts aanvaardt slechts de patiënten die hij, volgens de huidige stand van de wetenschap, gewetensvol, zorgvuldig en respectvol kan verzorgen.

Art. 7
01/05/2018

De arts waakt, binnen de grenzen van zijn functie in de gezondheidszorg, over zijn professionele onafhankelijkheid. Hij draagt, in het belang van zijn patiënten en de maatschappij, daarvoor zijn verantwoordelijkheid.

Art. 8
01/05/2018

De arts organiseert zijn praktijk zodanig dat hij zijn beroep kwalitatief hoogstaand en veilig uitoefent, de continuïteit van de zorg verzekert en de waardigheid en de intimiteit van de patiënt eerbiedigt.

Art. 9
01/05/2018

De arts zorgt voor het welzijn en de veiligheid van de patiënt.

De arts handelt adequaat en transparant bij incidenten. Hij bespreekt deze collegiaal met de betrokken gezondheidszorgbeoefenaars om zo de kwaliteit en de veiligheid in de gezondheidszorg te verbeteren. De arts communiceert daarover objectief met de patiënt.

De arts verzekert afdoend zijn beroepsaansprakelijkheid.

Art. 10
01/05/2018

De arts heeft aandacht en zorg voor zijn eigen gezondheid.

De arts streeft naar een evenwicht tussen zijn beroepsactiviteiten en zijn privéleven.

Art. 11
01/05/2018

De arts stelt zich collegiaal op. Hij respecteert de specifieke deskundigheid van zijn collega's en van andere gezondheidszorgbeoefenaars. De arts communiceert gepast bij multidisciplinair overleg.

De arts streeft in geval van problemen of geschillen met collega's of andere gezondheidszorgbeoefenaars naar een consensusoplossing.

Art. 12
01/05/2018

De arts kan voor zijn beroepsuitoefening samenwerkingsovereenkomsten afsluiten.

De arts vermijdt elke vorm van collusie.

De arts is steeds persoonlijk verantwoordelijk voor zijn medisch handelen.

De arts zorgt ervoor dat zijn beroepsuitoefening en de organisatie van de professionele samenwerking stroken met de bepalingen van de medische deontologie. Hij legt die afspraken schriftelijk vast.

Art. 13
01/05/2018

De arts verzekert de continuïteit van de zorg.

De arts vervangt, in de mate van het mogelijke, een verhinderde collega, in het bijzonder in zijn dienst of zorginstelling. De vervangende arts heeft in principe dezelfde deskundigheid als de arts die hij vervangt.

De vervangende arts draagt bij aan een kwaliteitsvol patiëntendossier door na de vervanging aan deze collega alle nuttige inlichtingen over zijn tussenkomst over te dragen.

De arts neemt volgens zijn deskundigheid deel aan de medische permanentie of aan de wachtdienst, behoudens een eventuele vrijstelling door de bevoegde overheid.

Art. 14
01/05/2018

De arts die de geneeskunde niet meer mag uitoefenen, neemt maatregelen om de continuïteit van de zorg te verzekeren. Hij brengt de Orde hiervan schriftelijk op de hoogte.

De arts deelt de collega's waarmee hij samenwerkt, alle disciplinaire, burgerrechtelijke, strafrechtelijke of administratieve beslissingen mee die een weerslag kunnen hebben op hun professionele relatie.