Skip to content

Code van medische deontologie

<< Terug

Hoofdstuk 2 : Respect

Art. 26


05/07/2019

De arts bezorgt de patiënt de medische documenten die hij nodig heeft

De arts stelt deze documenten waarheidsgetrouw, objectief, voorzichtig en discreet op, met aandacht voor het vertrouwen dat de maatschappij in hem stelt. Hij vermeldt daarbij geen gegevens over derden.

De arts bezorgt op vraag van de patiënt de documenten aan de arts die de patiënt aanwijst.

1.  Algemeen

1.1.  In verschillende omstandigheden is de patiënt aangewezen op een verklaring over zijn gezondheidstoestand van zijn behandelend arts of op de hulp van deze laatste om medische vragenlijsten te beantwoorden om een sociaal voordeel te krijgen, om te voldoen aan een wettelijke verplichting, bij een deskundigenonderzoek of in het kader van een contractuele relatie.

Het is een deontologische plicht van de behandelend arts, binnen de grenzen van zijn bekwaamheden en objectief, te voldoen aan de rechtmatige vragen van de patiënt die slechts kunnen worden geconcretiseerd met zijn medewerking. Hij kan zich er niet aan onttrekken zonder gegronde reden.

Wanneer de behandelend arts wordt gevraagd documenten in te vullen met het oog op de afsluiting of de uitvoering van een verzekeringscontract handelt hij in opdracht van zijn patiënt en niet van de verzekeringsmaatschappij. Hij moet zich bekommeren om het belang van zijn patiënt en deze correct inlichten wat betreft de in het document gevraagde medische gegevens.

1.2.  Elk getuigschrift, attest of elke verklaring dient door de arts oprecht te worden opgemaakt. Opzettelijk valse attesten schrijven kan leiden tot strafrechtelijke en disciplinaire vervolging.

De arts moet uiterst nauwkeurig te werk gaan bij het verzamelen en analyseren van de elementen waarop hij zich baseert om een medisch feit te attesteren. Hij moet objectief zijn en niet ingaan op onredelijke vragen. Zijn bewoordingen moeten voorzichtig en genuanceerd zijn en zich beperken tot medische beschouwingen. Hij moet aandacht hebben voor het motief van het verzoek en voor de bestemmeling van het attest.

Het attest moet preciseren of het gebaseerd is op de anamnese door de arts, op het klinisch onderzoek van de patiënt of op medische documenten (medisch dossier), of zelfs op de verklaringen van de patiënt (dixitattest).

Wanneer het gaat om het attesteren van de huidige medische toestand van de patiënt, moeten het medisch onderzoek en het opstellen van het getuigschrift gelijktijdig gebeuren of toch dicht na elkaar, behalve in de uitzonderlijke situatie van een definitieve gezondheidstoestand. Wanneer het attest de gezondheidstoestand van de patiënt op een vroeger moment (voorafgaand aan het opstellen) betreft, mag het gebaseerd zijn op medische elementen die op dat moment werden verzameld. Het moet steeds gedateerd zijn op de datum waarop het werd opgesteld.

Behalve in de gevallen anders bepaald door de wet, geeft de arts het hem betreffende attest aan de patiënt.

1.3.  De arts is gehouden om, op verzoek of met de toestemming van de patiënt, aan een andere behandelende beoefenaar die door de patiënt werd aangeduid om hetzij de diagnose, hetzij de behandeling voort te zetten of te vervolledigen, alle nuttige of noodzakelijke inlichtingen van geneeskundige of farmaceutische aard betreffende deze patiënt mede te delen.

De arts schendt het beroepsgeheim dus niet wanneer hij informatie doorgeeft aan een confrater op verzoek of met de toestemming van de patiënt.

2. Adviezen van de nationale raad

 

3.  Wettelijke bepalingen

4.  Informatie - Documentatie - Links

  • Infobox RIZIV - Wegwijzer naar de reglementering voor de arts-specialist (mei 2018, derde editie)
  • Infobox RIZIV - Wegwijzer naar de reglementering voor de huisarts (januari 2019, zesde editie)

5.  Trefwoorden

arbeidsongeschiktheid - beroepsgeheim & - elektronisch voorschrift - geneesmiddelenvoorschrift - medisch attest - medisch getuigschrift - medisch verslag - medisch voorschrift - persoonlijke levenssfeer - sociaal voordeel




<< Terug