Skip to content

Code van medische deontologie

<< Terug

Hoofdstuk 2 : Respect

Art. 20


05/07/2019

De arts zorgt ervoor dat de patiënt of desgevallend zijn vertegenwoordigers geïnformeerd, vooraf en vrij kunnen toestemmen in elke medische tussenkomst.

De arts informeert de patiënt die een onderzoek of behandeling weigert, over de mogelijke gevolgen van zijn beslissing. Hij zoekt met de patiënt naar andere oplossingen.

De arts verstrekt de patiënt die niet in staat is om zijn toestemming te geven, de gepaste en gewetensvolle zorg die zijn toestand vereist.

1. Algemeen

1.1.       Toestemming

Onder toestemming wordt verstaan dat de patiënt akkoord gaat met datgene wat hem voorgesteld werd inzake onderzoek en zorg. De vereiste van de eerbiediging van de waardigheid houdt in dat de patiënt voorafgaandelijk correct werd ingelicht om volledig autonoom een keuze te maken.

1.2.       Voorafgaande informatie

Krachtens artikel 8 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt heeft de patiënt tegenover de beroepsbeoefenaar recht op specifieke informatie over de handeling waarvoor zijn toestemming vereist is. De toestemming dient gegeven te worden met kennis van zaken, wat betekent dat ze niet verkregen kan worden zonder voorzorgsmaatregelen. De arts dient eerlijke, relevante, persoonlijke, volledige en verstaanbare informatie te verstrekken zodat de patiënt vanuit zijn kennis en eigen mogelijkheden kan begrijpen wat hem wordt voorgesteld op het gebied van onderzoeken, therapeutische mogelijkheden en risico's die zowel verbonden zijn aan de behandeling als aan het uitblijven hiervan.

De informatie heeft eveneens betrekking op de diagnose en de prognose. Ze geeft een antwoord op de vragen van de patiënt zodat deze kan inschatten wat hem te wachten staat. Het is in het kader van deze dialoog dat de geïnformeerde toestemming wordt gewaarborgd.

Het is noodzakelijk dat de gezondheidszorgberoepsbeoefenaar in het dossier van de patiënt melding maakt van de belangrijkste inlichtingen die hem werden verstrekt, door wie en wanneer, alsook van de eventuele communicatiemoeilijkheden. Deze informatieverstrekking kan worden vermeld in de brief aan de behandelend arts. De arts dient zich ervan bewust te zijn dat hij bij een geschil burgerlijke aansprakelijk kan worden gesteld wanneer hij geen bewijs van deze informatieverstrekking kan leveren. Een schriftelijk door de patiënt ondertekend document kan een bewijsstuk vormen, maar het vervangt niet de mondelinge informatieverstrekking door de arts.

1.3.       Reikwijdte van de toestemming

Aangezien de toestemming verbonden is met de voorafgaande informatie is het geen grenzeloos maar een punctueel akkoord. De patiënt kan zijn toestemming intrekken wanneer hij dit wenst.

1.4.       Minderjarigen

Indien een minderjarige tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat wordt geacht (rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit), kan hij zelf beslissen de voorgestelde zorg al dan niet te aanvaarden. Dit is onder meer het geval voor voorbehoedsmiddelen bij minderjarigen die bijna meerderjarig zijn.

Bij een minderjarige die niet tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat wordt geacht, dient de aangezochte arts het akkoord van de ouders trachten te verkrijgen. Afhankelijk van zijn leeftijd en maturiteit wordt de patiënt betrokken bij het nemen van de beslissing (voor meer details, zie het advies van 6 februari 2010, a129013).

1.5.       Meerderjarige onbekwame personen

Indien de meerderjarige wilsonbekwaam is en daardoor niet in staat is om zijn toestemming te geven, wordt dit recht uitgeoefend door een persoon die de patiënt vooraf heeft aangewezen om in zijn plaats op te treden. De aanwijzing van deze persoon geschiedt bij een bijzonder schriftelijk mandaat, gedagtekend en ondertekend door de patiënt en de vertegenwoordiger.

Indien de wilsonbekwame patiënt geen vertegenwoordiger heeft aangewezen of indien de aangeduide vertegenwoordiger niet optreedt, dan kan het recht op toestemming worden uitgeoefend door de bewindvoerder over de persoon.

Indien er geen bewindvoerder is, dan wordt het recht uitgeoefend door de samenwonende echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner of de feitelijk samenwonende partner.

Indien er geen partner is of indien de partner het recht op toestemming niet wenst uit te oefenen, wordt dit uitgeoefend door een meerderjarig kind, een ouder, of door een meerderjarige broer of zus van de patiënt.

Indien geen enkele van bovenstaande personen het recht op toestemming kan uitoefenen, behartigt de betrokken beroepsbeoefenaar de belangen van de patiënt, en dit in multidisciplinair overleg.

De arts betrekt de patiënt zoveel mogelijk en in verhouding tot zijn begripsvermogen bij de uitoefening van het recht op toestemming.

1.6.       Weigering van zorg

De weigeringsbeslissing van een goed ingelichte en wilsbekwame patiënt moet worden geëerbiedigd.

Indien een wilsbekwame persoon vrij en uitdrukkelijk zijn verzet heeft geuit tegen elke tussenkomst, dient het niet-optreden de regel te blijven voor zover de redenen voor dit verzet blijven bestaan.

2. Adviezen van de nationale raad

3. Wettelijke bepalingen

4. Informatie - Documentatie - links

5. Trefwoorden

consent (informed-) - vertegenwoordiger van de patiënt - vertrouwenspersoon van de patiënt - weigering medische tussenkomst door de patiënt - vrije en geïnformeerde toestemming




<< Terug