Skip to content

Code van medische deontologie

<< Terug

Hoofdstuk 1 : Professionaliteit

Art. 7


05/07/2019

De arts waakt, binnen de grenzen van zijn functie in de gezondheidszorg, over zijn professionele onafhankelijkheid. Hij draagt, in het belang van zijn patiënten en de maatschappij, daarvoor zijn verantwoordelijkheid.

1.  Algemeen

De professionele onafhankelijkheid omvat enerzijds de diagnostische en therapeutische vrijheid, anderzijds laat het de arts toe een situatie binnen een medische context in te schatten.

De arts dient binnen de functie die hij uitoefent zijn beoordelingsvrijheid te bewaren.

Binnen de zorgrelatie betekent professionele onafhankelijkheid "therapeutische vrijheid".

De diagnostische en therapeutische vrijheid is wettelijk vastgelegd in het artikel 73, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994. De arts oordeelt "in geweten en in volle vrijheid over de aan de patiënten te verlenen verzorging". Wat betreft het stellen van een diagnose en het uitvoeren van een behandeling "mogen [aan de arts] geen reglementaire beperkingen worden opgelegd bij de keuze van de middelen die aangewend moeten worden'"(art. 31, WUG) en "mag het algemeen reglement geen bepalingen bevatten die de professionele autonomie van de individuele ziekenhuisarts [...] in het gedrang brengt" (art. 144, § 1, WUG).

Opmerking: artikel 4 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg bepaalt dat "de gezondheidszorgbeoefenaar, binnen de perken van de hem door of krachtens de wet toegewezen bevoegdheden, vrij de middelen kiest die hij aanwendt bij het verstrekken van gezondheidszorg. Er mogen hem daarbij geen reglementaire beperkingen worden opgelegd". De wet treedt in werking op 1 juli 2021.

De diagnostische en therapeutische vrijheid is een gebonden, een geconditioneerde vrijheid. De arts dient op verantwoordelijke wijze zijn beslissingen te nemen zoals een competente en zorgvuldig handelende arts in dezelfde omstandigheden zou hebben gedaan.

Opmerking: artikel 4 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg bepaalt dat "de gezondheidszorgbeoefenaar zich bij zijn keuze laat leiden door relevante wetenschappelijke gegevens en zijn expertise en rekening houdt met de voorkeuren van de patiënt". De wet treedt in werking op 1 juli 2021.

In de praktijk kunnen onder meer de terugbetalingsplannen van de verzekeringsinstellingen en de harmonisatieregels met betrekking tot de keuze van geneesmiddelen en implantaten binnen de ziekenhuizen de keuze van de arts beperken.

De arts moet erover waken dat deze inperkingen de kwaliteit van de zorg niet in het gedrang brengen.

De arts verleent de best mogelijk zorg rekening houdend met de context waarbinnen de arts-patiëntrelatie vorm krijgt.

De middelen inzake gezondheidzorg zijn beperkt. De arts dient een sociaal verantwoorde houding aan te nemen en zo goed mogelijk de middelen aan te wenden die de maatschappij ter beschikking stelt (art. 41, CMD 2018).

De arts houdt bij het bewaren van zijn professionele autonomie binnen de arts-patiëntrelatie rekening met de autonomie van de patiënt. De arts overlegt met de patiënt (art. 17, CMD 2018).

De arts dient therapeutische verbetenheid te vermijden.

De arts kan beslissen een therapeutische relatie met een patiënt te beëindigen of een medische tussenkomst of behandeling te weigeren om medische redenen op grond van zijn professionele onafhankelijkheid, Hij verzekert in dat geval de continuïteit van de zorg. (art. 32, CMD 2018). Dergelijke medische beslissingen van de arts dienen te worden onderscheiden van deze op grond van zijn persoonlijke overtuiging (art. 31, CMD 2018).

Zorgrichtlijnen geven richting aan de therapeutische vrijheid van de arts. Het zijn maatstaven om medische beslissingen rationeel en kwaliteitsvol te maken met respect voor de behoeften van de patiënt.

Deze richtlijnen gaan in principe uit van de Academies voor Geneeskunde en de beroepsverenigingen. Zij baseren zich op wetenschappelijke, internationaal erkende literatuur en zijn bekrachtigd door advies- en overlegorganen.

Het doel van deze richtlijnen bestaat erin om een leidraad te bieden voor de dagelijkse kwaliteitsvolle praktijk. Indien de arts ervan afwijkt, dient hij zich te kunnen verantwoorden.

2.  Adviezen van de nationale raad

3.  Wettelijke bepalingen

4.  Informatie - Documentatie - Links

  • GOFFIN, T., De professionele autonomie van de arts. De rechtspositie van de arts in de arts-patiëntrelatie, Brugge, die Keure, 2012
  • NYS, H., Geneeskunde - Recht en medisch handelen, Mechelen, Wolters Kluwer Belgium, 2016

5.  Trefwoorden

diagnostische en therapeutische vrijheid - professionele autonomie - onafhankelijkheid van de arts - therapeutische hardnekkigheid - therapeutische verantwoordelijkheid


<< Terug