Skip to content

Code van medische deontologie

<< Terug

Hoofdstuk 3 : Integriteit

Art. 34


05/07/2019

De arts stelt de belangen van de patiënt en van de maatschappij boven zijn eigen financiële belangen.

De arts verkoopt of produceert geen geneesmiddelen, behoudens eventuele wettelijke uitzonderingen. Hij verkoopt, verhuurt noch promoot medische hulpmiddelen of gezondheidsproducten.

1.  Algemeen

Artikel 10 van de Code van geneeskundige plichtenleer 1975 preciseerde dat de geneeskunde in geen geval en op geen enkele wijze als een handelszaak mag worden opgevat. Dit artikel is niet langer opgenomen in de CMD 2018. Krachtens het Wetboek van economisch recht is de arts thans een ondernemer die failliet kan gaan.

Dit neemt echter niet weg dat er onverenigbaarheid blijft bestaan tussen de handelsgeest en de medische geest: in een commerciële context is het normaal de productie te verhogen, reclame te maken, procenten of commissielonen op te strijken, zijn verkooppunten te vermenigvuldigen, in één woord, zijn eigen materieel belang na te streven.

In de geneeskunde moet de patiënt de zekerheid hebben dat de uitgevoerde onderzoeken en voorgeschreven behandelingen beperkt zijn tot wat noodzakelijk is voor zijn verzorging en in fine zijn genezing. Elk akkoord of elke overeenkomst van een arts waarin zijn persoonlijke (financiële) belangen boven de belangen van zijn patiënt worden geplaatst, is dus laakbaar. Ook dichotomie in eender welke vorm en met eender wie wordt nog steeds streng veroordeeld.

Zo heeft de nationale raad de situatie bekeken waarin sommige hoofdartsen van ziekenhuisinstellingen door de inrichtende macht een bezoldiging volgens de exploitatiewinst van het ziekenhuis kregen aangeboden. Hij was van mening dat, aangezien een deel van het exploitatieresultaat van een ziekenhuis bestaat uit inhoudingen op de erelonen van de artsen, een bezoldiging in de vorm van een "success fee" als een vorm van dichotomie wordt beschouwd en bijgevolg dient te worden verworpen. Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat een overeenkomst waarbij door een arts een participatie in de winst uit prestaties van anderen wordt bedongen, verboden is (arrest van 28 april 1987). Terwijl de "success fee" gedeeltelijk wordt aanvaard door de advocaten, is ze deontologisch onaanvaardbaar voor de artsen.

De uitoefening van de geneeskunde blijft een beroep en de arts heeft dus recht op een billijke vergoeding.

De verkoop van een geneesmiddel door een arts is verboden, behoudens wettelijke uitzondering.

Een arts mag niet terzelfder tijd beoefenaar van de geneeskunde en fabrikant of verdeler van geneesmiddelen, prothesen of medische hulpmiddelen zijn.

De wet bepaalt dat de bereiding, het te koop aanbieden, de detailverkoop en de terhandstelling van geneesmiddelen exclusief onder de uitoefening van de artsenijbereidkunde vallen.

Artikel 6, § 2, WUG, legt de uitzonderlijke omstandigheden vast waarin een arts geneesmiddelen (nl. monsters) mag ter hand stellen. De wet verzet zich ertegen dat een arts zich bevoorraadt met geneesmiddelen die hij vervolgens aan zijn patiënt verstrekt.

Wat het promoten van geneesmiddelen betreft, sluit de nationale raad zich aan bij het gemeenschappelijke advies van de Academies voor geneeskunde van België waarin wordt gewezen op de plichten van de artsen die worden voorgesteld als "opinion leaders" in de pers en in het bijzonder in de gratis pers voor het artsenkorps. Artsen mogen zich niet laten beïnvloeden door de industrie om boodschappen over te brengen die niet op wetenschappelijke evidentie zijn gebaseerd. Sommige tijdschriften maken geen onderscheid tussen wetenschappelijke gegevens en publiciteit.

2.  Adviezen van de nationale raad

3.  Wettelijke bepalingen

 

4.  Informatie - Documentatie - Links

 

5. Trefwoorden

commercialisatie van de geneeskunde - financieel voordeel - promotie van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, gezondheidsproducten - verkoop van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen




<< Terug