Skip to content

Code van medische deontologie

<< Terug

Hoofdstuk 3 : Integriteit

Art. 32


05/07/2019

De arts die oordeelt dat hij een therapeutische relatie niet kan verderzetten of geen tussenkomst of behandeling kan verlenen, verwittigt de patiënt tijdig en organiseert de zorgcontinuïteit.

1.  Algemeen

De arts oordeelt zelf of hij de therapeutische relatie kan verderzetten of geen nieuwe patiënten meer kan aanvaarden. Hij kan eveneens oordelen dat het probleem dat hem wordt voorgelegd zijn bekwaamheid en zijn middelen overstijgt. In dit geval moet hij voorstellen de patiënt door te verwijzen naar een collega of een gespecialiseerde en meer aangepaste dienst (cf. art. 6, CMD 2018).

Ook het gedrag van de patiënt, onder meer agressie of een gebrek aan welwillendheid, kan de arts ertoe aanzetten een therapeutische relatie stop te zetten.

De arts mag weigeren een patiënt verder te verzorgen na zich ervan te hebben vergewist dat er geen hoogdringende pathologie aanwezig is. Er dient in dergelijke situaties steeds in eer en geweten te worden geoordeeld, rekening houdend met de globale context. Het spreekt vanzelf dat de arts dient te voldoen aan de voorwaarden die zijn beschreven in de CMD 2018. Dit betekent dat de arts dient te overleggen met de patiënt en eventueel ook met zijn naastbestaanden, dat hij dient in te staan voor de continuïteit van de zorg en alle nuttige inlichtingen dient te verstrekken aan de arts die zijn taak overneemt. In de praktijk betekent dit ook dat de arts een aantal initiatieven dient te nemen en de verdere opvang, verzorging en behandeling dient te organiseren.

De arts kan worden geconfronteerd met tegenstrijdige eisen: het aantal hulpvragen van patiënten en de vrijwaring van zijn eigen gezondheid. Zoals bepaald is in art. 10, CMD 2018 heeft de arts de deontologische plicht te streven naar een evenwicht tussen zijn beroepsactiviteiten en zijn privéleven. Een overbevraagde en overbelaste arts stelt zich bloot aan gezondheidsproblemen en aan een achteruitgang van de kwaliteit van de zorg die hij verstrekt. Wanneer de werkdruk groter wordt dan de draagkracht bestaat het gevaar van overbelasting. Persoonlijke redenen, praktijkgebonden redenen (uitval van personeel, stopzetten van activiteiten door collega's bv.), lokale of regionale oorzaken (tekort aan huisartsen) kunnen aan de basis liggen van een werkoverbelasting. Het uitvallen van overbelaste artsen verhoogt bovendien de werkdruk op collega's. Iedere arts dient zijn praktijk zo te organiseren dat de zorgcontinuïteit en de praktijkpermanentie verzekerd zijn en dat de vooraf getrieerde dringende aanvragen kunnen worden beantwoord. Indien beslist wordt de praktijk in te perken of nieuwe patiënten te weigeren, dienen deze laatste te worden doorverwezen volgens een vooraf vastgesteld plan. Voor groepspraktijken kan deze doorverwijzing het best "intern" worden geregeld indien mogelijk. Volgens art. 13, CMD 2018, dient elke arts, in de mate van het mogelijke, een verhinderde collega te vervangen. De patiënten dienen op passende wijze te worden geïnformeerd, zowel over de inperking van de praktijk en de weigering van nieuwe patiënten als over de mogelijkheden tot doorverwijzing (art. 32, CMD 2018).

Deze weigering patiënten te behandelen mag daarentegen niet gebaseerd zijn op eisen in verband met de ereloonsupplementen, zoals dit herhaaldelijk werd benadrukt in de adviezen van de nationale raad. Dit deontologisch standpunt verwoord in 2014 werd in 2016 wet. De wetgeving op de ziekenhuizen stelt uitdrukkelijk dat de patiënt altijd recht heeft op hetzelfde aanbod aan kwaliteitsvolle gezondheidszorg op het vlak van de aangeboden verstrekkingen, de termijn waarbinnen deze verstrekkingen worden aangeboden en de artsen die in het ziekenhuis werkzaam zijn, om het even of de patiënt kiest voor een opname in een individuele kamer, een tweepatiëntenkamer of een gemeenschappelijke kamer. De keuze van het type kamer komt uitsluitend toe aan de patiënt. De arts mag de patiënt niet beïnvloeden om hem financiële opnamevoorwaarden te doen aanvaarden die hij niet wenst. Artikel 30, CMD 2018, draagt de arts op al zijn zieken even gewetensvol te verzorgen.

2.  Adviezen van de nationale raad

3.  Wettelijke bepalingen

4.  Informatie - Documentatie - Links

5.  Trefwoorden

continuïteit van de zorg - weigering medische tussenkomst door de arts - stopzetting arts-patiëntrelatie




<< Terug