Skip to content

Wet van 25 januari 1999 houdende sociale bepalingen : Paramedische beroepen (artt. 177-183)

Doc: a084033
Tijdschrift: 84 p. 32
Datum: 17/02/1999
Origine: NR
Thema's:
warning Informatie/Documentatie
Overzicht

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

WET VAN 25 JANUARI 1999 HOUDENDE SOCIALE BEPALINGEN

(Belgisch Staatsblad 6 februari 1999).*

Hieronder volgt een overzicht van een aantal artikelen uit de wet houdende sociale bepalingen van 25 januari 1999 die de Orde van geneesheren zouden kunnen interesseren.

[...]

Paramedische beroepen (artt. 177-183)

Een wijziging van art. 24 van het K.B. nr. 78 brengt mee dat voor de beoefenaars van paramedische beroepen het voeren van een bepaalde beroepstitel en de toegang tot het beroep slechts mogelijk zijn na een erkenning door de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.
Deze erkenning mag slechts toegekend worden aan de personen die voldoen aan de (nog bij K.B. vast te leggen) vereiste kwalificatievoorwaarden.

De voorwaarden en de regels voor het verkrijgen, behouden en intrekken van de erkenning moeten nog bij K.B. bepaald worden.

De uitoefening van een paramedisch beroep is slechts mogelijk na visering van de beroepstitel door de bevoegde provinciale geneeskundige commissie. Bij het verlenen van het visum gaat de commissie over tot registratie van de betrokkene overeenkomstig nog bij K.B. te bepalen modaliteiten.

Aansluitend bij de wijziging van de manier waarop de toegang tot een paramedisch beroep mogelijk wordt, worden de overgangsbepalingen van art. 54ter van het K.B. nr. 78 gepreciseerd.

De samenstelling van de Nationale Raad voor de paramedische beroepen wordt gewijzigd in die zin dat, wat de leden-artsen betreft, de ambtenaar bij het ministerie van Sociale Voorzorg of bij een daarvan afhangende openbare instelling vervangen wordt door minstens twee geneesheren voorgedragen door het Comité van de Dienst voor geneeskundige controle van het Riziv. Afgezien van deze artsen en van de ambtenaar bij het ministerie van Volksgezondheid, moeten ten minste de helft van de leden-artsen werkzaam zijn in een verzorgingsinstelling.

[...]

*Deze nota werd opgesteld ter attentie van de leden van de Nationale Raad met het oog op het eventueel uitbrengen van een advies over bepaalde erin besproken onderwerpen.

M. Van Lil
Studiedienst Nationale Raad
17 februari 1999

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht