Skip to content

Rust- en verzorgingstehuizen - Huisartsen

Doc: a068004
Tijdschrift: 68 p. 20
Datum: 21/01/1995
Origine: NR
Thema's:
Overzicht

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

Rust- en verzorgingstehuizen - Huisartsen

Een werkgroep van de "Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen v.z.w." heeft een discussienota uitgebracht over de taak en functie van de huisarts in instelllingen waar bejaarden verblijven. De WVVH verzoekt de Nationale Raad om advies met betrekking tot het reglement van orde dat ondertekend dient te worden door alle artsen die patiënten in een instelling bezoeken.

Advies van de Nationale Raad aan de WVVH :

Ingaand op uw verzoek, vervat in uw brief d.d. 13 juli 1994, betreffende het reglement van orde in de R.V.T.'s dat door het koninklijk besluit van 12 oktober 1993 aan de bezoekende geneesheren wordt opgelegd, kan de Nationale Raad U daaromtrent volgend advies verstrekken :

Voorafgaandelijk dient gesteld dat dit bedoelde reglement van orde door het betreffende koninklijk besluit uitsluitend voor de R.V.T.'s verplicht wordt gesteld, en niet voor de bejaardenhomes. Het blijkt bijgevolg momenteel niet opportuun dergelijk reglement van orde tekstueel toepasselijk te maken op de homes. De voorkomende verwijzingen naar de bejaardenhomes worden dus best achterwege gelaten.

Ieder reglement van orde, alsook elke wijziging hieraan, dient voorafgaandelijk aan de betrokken Provinciale Raad van de Orde ter goedkeuring te worden voorgelegd. Iedere bijlage bij dit reglement van orde, zoals de aanwervingsprocedure van de huisarts-coördinator en diens taak- en functieomschrijving, dient dit eveneens. Bovendien dient elke bijzondere regeling in overeenstemming te zijn met de richtlijnen van de Nationale Raad.

Artsen die weigeren dit reglement van orde na te leven kunnen eventueel de toegang tot het R.V.T. geweigerd worden op voorwaarde dat dit gebeurt binnen een vooraf vastgestelde en overeengekomen tegensprekelijke procedure tussen partijen in samenspraak met de geneesheer-coördinator en de betrokken huisartsenkring(en).

Zowel medisch als verpleegkundig dossier dienen bewaard te worden met inachtname van het medisch beroepsgeheim en kunnen dus niet worden ter inzage gegeven aan onbevoegden. Alleen de door de patiënt gekozen huisarts of zijn plaatsvervanger heeft inzagerecht in het dossier.

De bezoekende geneesheren dienen bij elk bezoek contact te nemen met de verantwoordelijke verpleegkundige aangezien de hoofdverpleegkundige niet noodzakelijk direct ter beschikking staat.

Voor de continuïteit van de zorg is iedere geneesheer persoonlijk verantwoordelijk.

Noodzakelijke of nuttige inlichtingen omtrent de gezondheidstoestand van de patiënt worden uitsluitend medegedeeld aan de vertrouwenspersoon die hiertoe door de patiënt werd aangeduid als wettelijke of feitelijke vertegenwoordiger (cf artikel 62 a) van de Code van geneeskundige Plichtenleer).
Deze persoon kan al dan niet tot de familie van de patiënt behoren.

Iedere R.V.T.-patiënt dient in principe te beschikken over zijn vrije keuze van apotheker. In de instellingen die over een eigen apotheek beschikken kan een farmaceutisch formularium als leidraad dienen bij het voorschrijven.

De Nationale Raad heeft tevens alle provinciale raden op de hoogte gebracht van dit advies :

Art. 1 van het koninklijk besluit van 12 oktober 1993 legt aan de bezoekende geneesheren van de R.V.T.'s een verplichtend reglement van orde ter ondertekening op.

De Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen legt aan de Nationale Raad een voorstel van dergelijk reglement, uniform voor de Vlaamse gemeenschap, ter advies voor.

Het leek de Nationale Raad, in zijn zitting van 17 december 1994, opportuun hierop een advies van algemeen normerende aard te formuleren ten aanzien van de W.V.V.H., met dien verstande dat ieder onderschreven reglement van orde ter zake voorafgaandelijk aan de betrokken provinciale raad ter goedkeuring dient te worden voorgelegd.

Het is namelijk de wens van de Nationale Raad dat enige uniformiteit binnen deze materie zou worden nagestreefd, zonder uiteraard afbreuk te willen doen aan de autonomie van de onderscheiden Provinciale Raden.

Zie ook het bovengepubliceerde advies aan de WVVH

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht