Skip to content

Medisch dossier- Overeenkomst huisarts-patiënt

Doc: a054011
Tijdschrift: 54 p. 33
Datum: 24/08/1991
Origine: NR
Thema's:
Overzicht

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

Medisch dossier- Overeenkomst huisarts patiënt

De Minister van Sociale Zaken wenst het initiatief te nemen om een experiment op te zetten rond het Medisch Dossier bij de huisarts. In het kader van dat experiment werd een type overeenkomst tussen huisarts en patiënt opgesteld. De Minister verzoekt de Nationale Raad om een "deontologisch advies" aangaande die overeenkomst.

Nadat de Raad kennis genomen heeft van de documenten die hem bezorgd werden door de Minister, in het bijzonder van de tekst van de overeenkomst, wisselt hij van gedachten en stelt hij een antwoord op.

Antwoord aan Minister Busquin:

De Nationale Raad van de Orde der geneesheren heeft kennis genomen van uw voorstel om een experiment op te zetten rond het medisch dossier bij de huisarts, alsmede van het ontwerp van de schriftelijke overeenkomst tussen de geneesheer en de patiënt, die een van de basiselementen van dit dossier dient te vormen.

De Raad heeft deze twee punten besproken tijdens zijn vergadering van 24 augustus 1991.

De Raad van de Orde stelt vast dat de Code van Plichtenleer uitvoerig en gedetailleerd ingaat op de verplichtingen van de geneesheer in verband met het bijhouden van een dossier en de mededeling van deze gegevens aan de betrokken confrater(s) en dat hij ruimschoots aandacht schenkt aan de betrekkingen tussen de huisartsen, de consulterende geneesheren en de specialisten. De bepalingen van uw voorstel voeren op dit vlak geen enkele nieuwigheid in.

Wat de geschreven overeenkomst betreft, dient opgemerkt te worden dat de Nationale Raad zich erg terughoudend opstelt ten opzichte van een dergelijk initiatief. Het, zelfs gedeeltelijk, schriftelijk vastleggen van de arts-patiëntrelatie is een vernieuwing waarvan de draagwijdte moeilijk vooraf bepaald kan worden en die op de één of andere manier het gevaar inhoudt inbreuk te plegen op de vrijheid die noodzakelijk en onontbeerlijk is voor het wezen van die relatie.

De Raad van de Orde dankt u ten zeerste voor uw adviesaanvraag en is steeds bereid u bijkomende inlichtingen te verstrekken.

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht