Skip to content

Landverzekeringsovereenkomst - Beroepsgeheim

Doc: a065020
Tijdschrift: 65 p. 32
Datum: 18/06/1994
Origine: NR
Thema's:
Overzicht

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

Landverzekeringsovereenkomst - Beroepsgeheim

Na kennis genomen te hebben van de adviezen van de Nationale Raad, inzonderheid van de brief van 27 januari 1993 betreffende artikel 95 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst (Tijdschrift nr. 60), verzoeken de geneesheren van een centrum voor neuropsychiatrie hun provinciale raad om advies betreffende de documenten die zij aan hun patiënten en aan de verzekeringsmaatschappijen van deze laatsten zullen bezorgen aangaande de nodige verklaringen voor de terugbetaling van de geneeskundige kosten.
In het document voor de patiënt worden de deontologische voorwaarden opgesomd die in acht genomen moeten worden om de eerbiediging van het medisch beroepsgeheim te waarborgen.
In het document voor de verzekeringsmaatschappijen wordt om schriftelijke waarborgen verzocht betreffende de deontologische voorwaarden waaraan hun adviserend arts dient te voldoen.

Advies van de Nationale Raad:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 18 juni 1994 een bespreking gewijd aan uw brief van 4 maart 1994 en de bijlagen ervan, betreffende de vragen die u door geneesheren van 'Clinique X' voorgelegd werden aangaande de toepassing van artikel 95 van de Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst .

De deontologische problemen die voortvloeien uit deze wettekst werden reeds uitvoerig bestudeerd door de Nationale Raad. Zijn opmerkingen werden verwoord in een brief van 27 januari 1993, die naar u zowel als naar alle voorzitters van de provinciale raden gezonden werd. In deze tekst werd de deontologische houding uiteengezet die door de Nationale Raad als de beste werd beschouwd.

Hoewel de Nationale Raad zeer veel waarde hecht aan de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en van het beroepsgeheim van de geneesheer, vindt hij dat de in uw brief geformuleerde voorstellen de regels en gebruiken van de plichtenleer tussen geneesheren te buiten gaan. Bovendien acht hij iedere wijziging in de voorgestelde zin voorbarig, zelfs inopportuun, gezien de annulatieprocedure die hieromtrent aan de gang is voor de Raad van State.

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht