Skip to content

Inzage door de arts-diensthoofd in de medische dossiers van de in zijn ziekenhuisdienst behandelde patiënten

Doc: a162003
Tijdschrift: 162
Datum: 07/07/2018
Origine: NR
Thema's:
Overzicht

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

De nationale raad van de Orde der artsen heeft de inzage in de medische dossiers van de patiënten behandeld in de ziekenhuisdienst waarvoor hij verantwoordelijk is, door de arts-diensthoofd onderzocht.

Advies van de nationale raad :

In zijn vergadering van 7 juli 2018 heeft de nationale raad van de Orde der artsen de vraag besproken of de arts-diensthoofd van een ziekenhuisdienst de medische dossiers mag inzien van de patiënten die in zijn dienst worden behandeld.

1°/ De inzage in de medische dossiers door de arts-diensthoofd, in deze hoedanigheid, is rechtmatig indien ze nodig is voor de uitoefening van zijn wettelijke verplichtingen en bevoegdheden zoals ze vastgelegd zijn door de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen en de uitvoeringsbesluiten ervan. De finaliteits- en proportionaliteitsbeginselen inzake de verwerking van persoonsgegevens zijn van toepassing(1).

2°/ De arts-diensthoofd is verantwoordelijk voor de goede gang van zaken in zijn dienst. Hij staat in voor de organisatie en de coördinatie van de medische activiteit in zijn dienst overeenkomstig het medisch reglement(2).

De beoordeling van de praktijkuitoefening van de medewerkers van de arts-diensthoofd valt niet onder deze bevoegdheid; de gerichte medische audit valt immers onder de bevoegdheid van de hoofdarts van het ziekenhuis(3).

3°/ Voor de samenwerking met de hoofdarts van het ziekenhuis bij de uitvoering van de wettelijke opdrachten van deze laatste, kan de inzage in de medische dossiers door de arts-diensthoofd gerechtvaardigd zijn op last en onder toezicht van de hoofdarts.

4°/ Vanuit een deontologisch oogpunt, herinnert de nationale raad aan zijn voorgaande adviezen en aanbevelingen:

-       advies van de nationale raad van 17 september 2016, "Evaluatie van de goede werking inzake risicobeheer en veiligheid van de patiënten", Tijdschrift van de nationale raad, nr. 154;

-       advies van de nationale raad van 30 mei 2009, "Inzage van het medisch dossier door de hoofdarts van het ziekenhuis", Tijdschrift van de nationale raad, nr. 126;

-       aanbevelingen van de commissie ‘Ziekenhuisgeneeskunde' van de nationale raad, "Taken van de hoofdarts - deontologische en juridische richtlijnen", Tijdschrift van de nationale raad nr. 120, p. 11 (gewijzigd door het advies van 17 september 2016).



(1) Artt. 4 en 7 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens en artikel 10 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

(2) Artikel 12 van het koninklijk besluit van 15 december 1987 houdende uitvoering van de artikels 13 tot en met 17 van de wet op de ziekenhuizen.

(3) Artikel 6/1 van het voornoemde koninklijk besluit van 15 december 1987 gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 april 2014.


« Vorige 

 Volgende »

Overzicht