Skip to content

Gerechtelijke politie - Beroepsgeheim

Doc: a054005
Tijdschrift: 54 p. 28
Datum: 24/08/1991
Origine: NR
Thema's:
Overzicht

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

Gerechtelijke Politie - Beroepsgeheim

Een eerstaanwezend commissaris van de gerechtelijke politie verzoekt de Nationale Raad om advies met betrekking tot het volgende probleem: kan een verzorgingsinstelling het beroepsgeheim inroepen om de politie geen antwoord te moeten verstrekken in verband met de opname van een welbepaalde persoon in het ziekenhuis en om zich te verzetten tegen de inzage in het opnameregister ?

Nadat de leden van de Raad kennis genomen hebben van een nota van de studiedienst die de wettelijke, deontologische en jurisprudentiële bepalingen op dit vlak in herinnering brengt, wisselen zij van gedachten.
De Raad beslist in zijn antwoord nogmaals te wijzen op het advies dat hij uitgebracht heeft omtrent de inlichtingen aan politie en rijkswacht en op artikel 458 van het Strafwetboek.

Advies van de Nationale Raad:

In een advies van 12 februari 1983 i.v.m. de inlichtingen die bij ongevallen dienen verstrekt te worden aan de politie of de rijkswacht, stelde de Nationale Raad o.m.:

"[...]

INLICHTINGEN AAN POLITIE OF RIJKSWACHT OVER SLACHTOFFERS VAN ONGEVALLEN OP OPENBARE WEG OF OPENBARE PLAATSEN - DIENST 100:

Vooraf dient er te worden aangestipt dat de opname in een ziekenhuis strikt genomen onder het beroepsgeheim valt.
Het is echter niet vol te houden dat een opname in een ziekenhuis t.a.v. de rijkswacht of politie nog geheim is, wanneer deze voortvloeit uit een ongeval op de openbare weg en via de 100 wordt gerealiseerd.
[...]

INLICHTINGEN AAN POLITIE OF RIJKSWACHT BIJ ONGEVAL DAT ZICH NIET VOORDEED OP OPENBARE WEG OF OPENBARE PLAATS - TRANSPORT VIA DIENST 100 ALS PRIVE AMBULANCE OF MET ANDERE MIDDELEN.

Wanneer een patiënt in een ziekenhuis wordt opgenomen en er op een andere wijze terecht komt dan via de dienst 100 als openbare dienst, dient ervan uitgegaan te worden dat de opname onder het beroepsgeheim valt en dat er geen inlichtingen kunnen verstrekt worden aan rijkswacht of politie [...]"

Volgens art. 458 van het Strafwetboek "worden geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, en deze bekend maken buiten het geval dat zij geroepen worden om in rechte getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hen verplicht die geheimen bekend te maken, gestraft met [...]".

Gelet op de ruime formulering van dit artikel wordt aangenomen dat alle personen die beroepshalve een taak vervullen in de gezondheidszorg onder het toepassingsgebied ervan vallen.

Over het administratief personeel van een verzorgingsinstelling bestaat echter discussie omdat deze personen niet betrokken zijn bij de verzorging van patiënten en dus ook niet op de hoogte gebracht moeten worden van inlichtingen die onder het medisch geheim vallen. Het kan nochtans gebeuren dat deze personeelsleden toch bepaalde vertrouwelijke inlichtingen vernemen zoals bijv. in welke afdeling een patiënt is opgenomen. In de rechtsleer is men daarom geneigd aan te nemen dat ook het administratief personeel door het beroepsgeheim gebonden is.

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht