Skip to content

Geïntegreerd gezondheidsbeleid in het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

Geïntegreerd gezondheidsbeleid in het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

De directeur-generaal van de administratie Ambtenarenzaken van het departement Algemene Zaken en Financiën van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap vraagt het dringend advies van de Nationale Raad in verband met een aantal knelpunten inzake controlegeneeskunde en arbeidsgeneeskunde:

  1. in welke mate kan er een minimum aan gegevens uitgewisseld worden tussen de arbeids- en controlegeneesheer zonder de deontologie te schenden?
  2. kan de controlegeneesheer een door de arbeidsgeneesheer tijdelijk arbeids-ongeschikt verklaard personeelslid opnieuw aan het werk zetten?

Antwoord van de Nationale Raad:

De Nationale Raad van de Orde van geneesheren nam in zijn vergadering van 14 november 1998 kennis van Uw schrijven van 18 september 1998 betreffende het geïntegreerd gezondheidsbeleid in het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

De Nationale Raad stelt vast dat voor het ontwikkelen van een dergelijk beleid uitgegaan wordt van enkele merkwaardige stellingen.

Dat een zo gezond mogelijk werkmilieu voor personeelsleden en een zo gering mogelijk ziekteverzuim "immers hand in hand gaan" is een stelling die dient gerelativeerd te worden. Dat in sommige gevallen een verband kan bestaan tussen het werkmilieu en het ziekteverzuim wordt niet betwist maar deze correlatie kan zeker niet als algemene regel worden geponeerd.

De inschatting van het verband tussen werkmilieu en ziekte is de taak van de behandelend geneesheer, die het best geplaatst is om over deze delicate materie te oordelen.

De impact van het werk op de gezondheidstoestand van een werknemer wordt immers niet alleen bepaald door de aard van het werk maar dikwijls door de sfeer binnen de werkkring en de relaties met collega's en oversten. Deze strikt persoonlijke belevingen en ervaringen worden door de patiënt-werknemer bij voorkeur besproken binnen de vertrouwelijke sfeer van een arts-patiënt relatie, waar alle garanties betreffende zwijgplicht aanwezig zijn. In overleg met de patiënt kan de behandelend geneesheer zo nodig contact nemen met de arbeidsgeneesheer om een oplossing te zoeken voor de bestaande problematiek. Positief zou zijn dat het overleg tussen behandelend geneesheer en arbeidsgeneesheer frequenter tot resultaat zou leiden dan tot heden het geval was.

De noodzakelijke vertrouwensrelatie die tot het nodige inzicht moet leiden tussen werkverzuim en ziekte ontbreekt in de relatie werknemer-controlearts daar deze laatste niet vrij door de patiënt gekozen wordt en zijn opdracht enkel bestaat in het nagaan van de gegrondheid van de afwezigheid van de werknemer door ziekte en dit op verzoek van de werkgever.

Wat de in Uw schrijven vermelde "cruciale knelpunten" betreft, merkt de Nationale Raad op dat niet alleen de medische deontologie de arbeidsgeneesheer verbiedt het medisch dossier te bespreken met de controlegeneesheer maar dat er wettelijke verbodsbepalingen zijn tot het overmaken van deze gegevens, waaronder artikel 148 quater §1 van het K.B. van 16 april 1965 tot oprichting van de arbeidsgeneeskundige diensten. Wel kan de arbeidsgeneesheer met de toestemming van de patiënt aan zijn behandelend geneesheer gegevens overmaken over zijn gezondheidstoestand zodat overleg tussen behandelend geneesheer en arbeidsgeneesheer steeds mogelijk is.

Het in Uw schrijven vermelde conflict tussen een controlegeneesheer en arbeidsgeneesheer mist elke grond daar de arbeidsgeneesheer vanuit zijn wettelijk bepaalde opdracht beslist over de werkhervatting van een werknemer. Zowel behandelende geneesheren als adviserende geneesheren van ziekenfondsen en privé-verzekeringsmaatschappijen erkennen deze bevoegdheid van de arbeidsgeneesheer zodat het niet te begrijpen is dat de controleartsen dit meningsverschil als conflictueus kunnen beleven.

De Nationale Raad van de Orde van geneesheren stelt vast dat de Vlaamse Gemeenschap tot een reëel gezondsbeleid voor zijn werknemers wil komen en is bereid zijn kennis en ervaring in dit vlak ter beschikking te stellen. De Nationale Raad zal dan ook graag gevolg geven aan een uitnodiging tot een constructief gesprek.

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht