Skip to content

Deelname aan de wachtdienst

Doc: a113004
Tijdschrift: 113 p. 6
Datum: 15/07/2006
Origine: NR
Thema's:
Overzicht

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

Deelname aan de wachtdienst

Een provinciale raad stuurt een adviesaanvraag door van een arts in verband met de individuele plicht van de arts inzake de deelname aan de wachtdienst.

Advies van de Nationale Raad :

Een arts werkt samen met een vrouwelijke collega in het kader van een artsenassociatie die geviseerd werd door de Raad van de Orde.

Hij wenst dat de artsenassociatie in kwestie slechts voor één enkele rechtspersoon vertegenwoordigd zou zijn in de verdeling van de wachtdiensten.

Zijn verzoek werd afgewezen door de verantwoordelijke voor de wachtdienst van de regio en er werd een vraag om advies gestuurd aan de provinciale geneeskundige commissie.

De Nationale Raad baseert zich op de bepalingen van de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van gezondheidszorgberoepen en van artikel 117, § 1, van de Code van geneeskundige plichtenleer. Dit laatste artikel bepaalt dat elke geneesheer ingeschreven op de Lijst van de Orde moet deelnemen aan de wachtdienst overeenkomstig zijn bevoegdheid.

In dit verband herinnert de Nationale Raad aan de prerogatieven van de huisartsenkringen in het kader van de wachtdienst op grond van de artikelen 4, 5 en 7 van het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de opdrachten verleend aan huisartsenkringen.

De modaliteiten voor een goede werking van deze wachtdienst worden vastgelegd in een huishoudelijk reglement, dat wordt goedgekeurd door alle betrokken huisartsen, na voorafgaand nazicht en goedkeuring door de provinciale raad van de Orde.

In dat huishoudelijk reglement worden o.a. de bevoegdheden omschreven van de wachtdienstverantwoordelijke en de modaliteiten voor opstelling van de wachtrol. Ook de oplossing van eventuele betwistingen kan hierbij omschreven worden.

Criteria voor – gehele of gedeeltelijke – vrijstellingen van deelname aan de wachtdienst wegens ziekte, ouderdom of andere geldige redenen worden bepaald door (de algemene vergadering van) de organiserende huisartsenkring. Er zal daarbij rekening gehouden worden met het quotum van deelnemers, nodig om aan de bevolking de regelmatige en normale toediening van gezondheidszorgen te garanderen. De lijst van de vrijgestelden alsook de criteria van vrijstelling worden ter kennis gebracht van de provinciale raad van de Orde der Geneesheren.

Met betrekking tot de ziekenhuiswachtdienst stelde de Nationale Raad in zijn vergaderingen van 14 december 1985 en 15 oktober 1988 dat het in principe de taak is van alle geneesheren die in een ziekenhuis werkzaam zijn, aldaar een wachtdienst te organiseren.

In hetzelfde opzicht is het de taak van de hoofdgeneesheer en van de betrokken diensthoofden de ontvankelijkheid te beoordelen van de afwijkingsaanvraag van een arts die zich onbevoegd zou achten.

Het feit dat een arts zich onbevoegd acht om deel te nemen aan de wachtdienst stelt hem niet vrij van bijdrage in de werkingskosten.

De medische raden stellen het bedrag van de bijdrage vast. Bij onenigheid kan iedere arts zich richten tot zijn provinciale raad.

Er kan moeilijk een bijzondere regel toegepast worden voor de gehele of gedeeltelijke werkzaamheden van een of meerdere artsen binnen een groepspraktijk of een artsenassociatie.

De Nationale Raad deelt het standpunt van uw provinciale raad over deze zaak. Iedere arts, ongeacht of hij solo werkt dan wel in een groepspraktijk of een associatie, dient de wachtdienst volledig op zich te nemen.

In geval van onenigheid kan de provinciale raad verzoenend trachten op te treden om wachtdienstgeschillen te beslechten zowel binnen de ziekenhuizen als binnen de algemene geneeskunde.

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht