Skip to content

Controlegeneeskunde

Doc: a100001
Tijdschrift: 100 p. 2
Datum: 18/01/2003
Origine: NR
Thema's:
Overzicht

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

Controlegeneeskunde

Een provinciale raad wordt regelmatig om advies gevraagd inzake het door de controlearts voorafgaandelijk contacteren van de behandelende arts wanneer eerstgenoemde niet akkoord gaat met de duur van de verleende arbeidsongeschiktheid.
Hij legt aan de Nationale Raad een ontwerptekst ter goedkeuring voor.

Advies van de Nationale Raad :

De Nationale Raad van de Orde van geneesheren besprak in zijn vergadering van 18 januari 2003 uw brief van 9 juli 2002 in verband met de controlegeneeskunde en deelt u de volgende gegevens mede :

  1. De bij artikel 126, § 4, van de Code van geneeskundige plichtenleer bepaalde regel wordt herinnerd en becommentarieerd in tal van adviezen van de Nationale Raad .

    Deze adviezen zijn merendeels unaniem : de controlearts moet voorafgaandelijk contact opnemen met de behandelend arts alvorens een beslissing te nemen die de beslissing van deze laatste wijzigt.

    Bovendien preciseren deze adviezen hoe deze contactname dient te verlopen: rechtstreeks en mondeling. Indien dit werkelijk onmogelijk is, kan een schriftelijk contact volstaan .

  2. Ofschoon de wet van 13 juni 1999 (B.S. 13 juli 1999) betreffende de controlegeneeskunde niet uitdrukkelijk voorziet in de bovenstaande verplichting, belet dit de Orde evenwel niet te waken over deze deontologische regel.

    Wij herinneren eraan dat deze regel gerechtvaardigd wordt door het feit dat “De arbeidsongeschiktheid (ziekteverlof) immers een essentieel element van de behandeling is, die slechts op een wetenschappelijk verantwoorde manier kan worden bepaald mits kennis van alle onderliggende factoren, kennis eigen aan de behandelingssituatie. Het komt dus aan de controlerende geneesheer toe hierover de nodige bijkomende informatie in te winnen alvorens deze ongeschiktheid te weerleggen.”

    Deze regel blijkt niet onverenigbaar te zijn met de ratio legis van de wet van 13 juni 1999, noch, in het bijzonder, met artikel 8 van deze laatste .

    De Nationale Raad verklaart zich dan ook akkoord met de door de Provinciale Raad van X voorgelegde ontwerptekst die de kwestieuze deontologische verplichting wenst te behouden, mits wijziging van de herhaaldelijk voorkomende term "werkonbekwaamheid" in "arbeidsongeschiktheid".

Ontwerptekst van de Provinciale Raad van X :

Deontologische houding van de controleartsen

In het kader van medische controle op werkonbekwaamheid in opdracht van een werkgever wordt de Provinciale Raad regelmatig om advies gevraagd over het contacteren door de controlearts van de behandelende geneesheer in geval deze niet akkoord gaat met de duur van de werkonbekwaamheid.

Deze vragen komen de laatste maanden veelvuldig voor. Dit heeft te maken met de steeds groeiende verwarring omtrent de schijnbaar verschillende regelgevingen ter zake en de daaruit voortvloeiende tegenstrijdige interpretaties.

Om welke regelgevingen gaat het ?

  1. Orde van Geneesheren (Code Geneeskundige Plichtenleer) : Art. 126 par. 4 : bepaalt dat de controlearts in elk geval contact moet opnemen met de behandelende geneesheer vooraleer een beslissing te nemen die deze van de behandelende geneesheer wijzigt.
    • contact moet rechtstreeks en mondeling zijn, indien onmogelijk dan pas schriftelijk
    • deze contactname moet rechtstreeks met de behandelende geneesheer gebeuren, dus zonder tussenkomst van patiënt
    • de controlearts draagt de verantwoordelijkheid hiervoor
  2. Personeelsleden Vlaamse Gemeenschap :
    1. Statutaire en contractuele personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering (omzendbrief 12 oktober 2000) :
      - de patiënt moet, indien hij/zij niet akkoord is met de beslissing van de controlegeneesheer tot vervroegde werkhervatting, zelf een initiatief nemen : hij/zij moet onmiddellijk contact opnemen met zijn behandelende geneesheer en deze moet zelf de controlegeneesheer contacteren binnen de 24 uur na beslissing van deze laatste ... anders wordt de beslissing van de controlearts als definitief beschouwd, en kan er ook geen arbitrage plaatsvinden.
    2. Besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 1998 (wijzigt Besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1993), en bijzonder geldt voor de personeelsleden van het Vlaams Gemeenschapsonderwijs :
      Dit Besluit bepaalt dat, wat betreft de procedure vermeld onder punt 2.a), diezelfde regeling van kracht is.
  3. Personeelsleden van de Federale Overheid of van een organisme dat bij de A.G.D. is aangesloten voor controle op ziekte-afwezigheden :
    Wanneer de controlearts van oordeel is dat de onderzochte persoon vroeger het werk kan hervatten dan het voorgeschreven ziekteverlof van de behandelende geneesheer, maakt hij/zij dit kenbaar aan de beambte. De vervroegde diensthervatting mag pas ingaan op de tweede dag volgend op het onderzoek.
    Wanneer de patiënt zich benadeeld voelt door de beslissing van de controlearts, moet hij/zij het initiatief nemen door hiertegen beroep aan te tekenen en contact op te nemen met zijn/haar behandelende geneesheer. Deze laatste moet binnen de 48 uur na het controle-onderzoek contact opnemen met de arts die de controle heeft uitgevoerd.
  4. Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid : Wet betreffende de controlegeneeskunde van 13 juni 1999 :
    - de controlearts oefent zijn opdracht uit, hij overhandigt zo spoedig mogelijk, eventueel na raadpleging van diegene die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, zijn bevindingen schriftelijk aan de werknemer.

Zowel de regeling voor personeelsleden van de Vlaamse Regering, het Besluit van de Vlaamse Gemeenschap betreffende het Vlaams onderwijspersoneel, de regeling voor de ziektecontrole van het personeel van de Federale Overheid, als de Wet betreffende de Controlegeneeskunde, hebben tot gevolg dat sommigen menen dat art. 126 par. 4 van de Code niet meer dient nageleefd te worden en dat de controlearts de behandelende arts niet meer dient te contacteren alvorens de beslissing van deze laatste te wijzigen (wat het inkorten van de duur van een werkonbekwaamheid uiteindelijk is).

Hieromtrent wenst de Provinciale Raad duidelijkheid te scheppen.

Het is juist dat de bijzondere regelingen, Besluiten en Wetgeving hierboven vermeld, de controlearts niet verplichten tot contactname met de behandelende geneesheer.

Zij verbieden het contacteren echter ook niet.

Uitgaande van de redenering dat een periode van werkonbekwaamheid deel uitmaakt van een behandeling en dat een controlearts niet kan tussenkomen in deze behandeling en dus de duur van het ziekteverlof niet kan wijzigen tenzij in akkoord met de behandelende geneesheer verplicht art. 126 par. 4 van de Code de controlearts (nog steeds) tot contactname van de behandelend geneesheer, alvorens een beslissing te nemen die deze van de behandelende collega wijzigt.
Deze contactname blijft dus een plicht, die de deontologie supplementair aan de vigerende wetgeving oplegt. Besluit en Wet leggen patiënt én arts bepaalde verplichtingen op. De Code legt de arts een bijkomende verplichting op. Dit kan perfect, tenzij de deontologische verplichting in strijd zou zijn met de Wet. In dit geval is dit duidelijk niet zo.

De Nationale Raad preciseert dat dit contact rechtstreeks en mondeling dient genomen te worden (T.N.R. 43 p. 50). In dit GSM-tijdperk kan dit toch niet onoverkomelijk zijn. Indien dit werkelijk onmogelijk is, stelt de Nationale Raad, kan een schriftelijk contact volstaan. Het dient tevens rechtstreeks te gebeuren; wat betekent zonder tussenkomst van de patiënt. De controlearts draagt hierbij de verantwoordelijkheid1 en kan desgevallend zelfs tuchtrechtelijke sancties oplopen.

De Provinciale Raad wenst deze deontologische plicht te benadrukken. Deze verplichting geldt voor alle artsen die controle op ziekteverlof uitoefenen, inclusief de controleartsen in opdracht van alle andere al of niet parastatale instellingen (o.a. de N.M.B.S., de Post, elektriciteits- en watermaatschappijen, overheden van steden, gemeenten en provincies, ...) al of niet in loondienst.

Hier aansluitend wenst de Provinciale Raad nogmaals de bindende richtlijnen van de Code (Art. 121, § 1, 2 en 3) te herhalen, waarbij het deontologisch niet kan om voor één patiënt, voor eenzelfde problematiek, cumulatief arbeids- of verzekeringsgeneeskundige taken enerzijds en controlegeneeskundige taken anderzijds door één en dezelfde geneesheer te laten uitvoeren.

De Provinciale Raad hoopt met deze mededeling klaarheid te brengen in deze materie waarrond de laatste maanden (jaren) onduidelijkheid ontstaan was en alzo conflictsituaties waarvan patiënt uiteindelijk vaak het slachtoffer is, tussen behandelende artsen en controleartsen te voorkomen.

Uw Provinciale Raad.
1-6-02


Aangezien de evolutie van de telematica, alsook de melding van de e-mail adressen in de Lijst van de Provinciale Raad, wenst de Raad u nog te herinneren aan de gedragsregels die verbonden zijn bij het doorsturen van medische gegevens via electronische weg. Deze moeten m.b.v. een dubbel sleutelsysteem beveiligd worden waarbij de gecertifieerde sleutels van de N.R. en in bepaalde gevallen ook de P.G.P.-sleutels hiervoor kunnen gebruikt worden. Een zending, electronisch ondertekend met een door de Orde gecertifieerde digitale handtekening, kan zo dus beschouwd worden als een document met een originele handtekening. In de praktijk betekent dit dat de controleartsen, via geëncrypteerde en electronisch gehandtekende mails, de behandelende geneesheren op de hoogte kunnen brengen van hun standpunten betreffende de duur van een werkonbekwaamheid, alsook hun motivatie hieromtrent, enkel en alleen indien een rechtstreeks mondeling contact onmogelijk is gebleken.

  • Zie onder meer : advies van 1977, OT nr. 26, p. 48; advies van 16 september 1989, TNR nr. 46, p. 28; advies van 20 juni 1992, TNR nr. 57, p. 27; advies van 20 maart 1993, TNR nr. 60, p. 33; advies van 7 september 1996, TNR nr. 75, p. 41; advies van 23 augustus 1997, TNR nr. 79, p. 19; advies van 16 mei 1998, TNR nr. 81, p. 16.
  • Zie in het bijzonder het advies van 7 september 1996, TNR nr. 75, p.41.
  • Zie advies van 16 mei 1998, TNR nr. 81, p. 16 en advies van 1977, OT nr. 26, p. 48.
  • Artikel 8 van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde houdende toevoeging van een artikel 31 aan de Wet van 13 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten : art. 31, § 3, 2de lid : “De controlearts gaat na of de werknemer werkelijk arbeidsongeschikt is, verifieert de waarschijnlijke duur van de arbeidsongeschiktheid en, in voorkomend geval, de andere medische gegevens voorzover die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepalingen van deze wet…”.

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht