Skip to content

Bewaartermijn van radiografieën en elektro-encefalografische tracés

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

Bewaartermijn van radiografieën en elektro-encefalografische tracés

In het kader van de reorganisatie van zijn praktijk vraagt een huisarts hoe lang de radiografieën van de patiënt moeten worden bewaard. De protocollen worden in het medisch dossier geklasseerd.

Een gelijkaardige vraag wordt voorgelegd betreffende elektro-encefalogrammen. Is het voldoende het protocol bij te houden of dient het EEG bewaard te worden, en, zo ja, hoe lang ?

Advies van de Nationale Raad :

In antwoord op uw brief aangaande de bewaartermijn van radiografieën [elektro-encefalografische tracés], deelt de Nationale Raad u mede dat alleen het Koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende bepaling van de algemene minimumvoorwaarden waaraan het medisch dossier, bedoeld in artikel 15 van de Wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, moet voldoen, in zijn artikel 1, § 3, een termijn bepaalt voor de bewaring van het medisch dossier, namelijk gedurende minstens dertig jaar.
Voor het overige wordt de noodzaak voor de geneesheer van het bewaren van documenten in de regel bepaald door de latere nuttige of nodige aanwending ervan in het kader van de kwaliteit en de continuïteit van de zorg, en dient elke vernietiging van originele stukken met omzichtigheid te gebeuren.
Derhalve, terwijl voor bewaring buiten de ziekenhuizen van medische documenten, met inbegrip van de archieven i.v.m. de radiologie [waaronder elektro-encefalografische tracés], de vermelde wettelijke bepaling als bewaarreferentie kan worden aangezien, is het aangewezen ook rekening te houden met de maximale verjaringstermijnen van alle (persoonlijke) rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid zoals deze worden bepaald door de op 27 juli 1998 in werking getreden Wet van 10 juni 1998, tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring.
De nieuwe verjaringstermijnen zijn, met inachtneming van de overgangsbepalingen van de wet, de volgende :

  • voor schade veroorzaakt vóór 27 juli 1988 : dertig jaar na het schadeverwekkende feit;
  • voor schade veroorzaakt in de periode van 27 juli 1988 tot 26 juli 1998 : tot en met 26 juli 2018 te weten twintig jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe wet;
  • voor schade veroorzaakt vanaf 27 juli 1998 : twintig jaar na het schadeverwekkende feit.

Eens een rechtsvordering is ingesteld, dient het dossier best bewaard te worden tot aan de definitieve gerechtelijke eindbeslissing, in voorkomend geval rekening houdend met een toegekend voorbehoud.

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht