Skip to content

Beroepsgeheim in de context van de methode van de contactopsporing in de strijd tegen de verdere verspreiding van het coronavirus Covid-19

Doc: a167014
Tijdschrift: 167
Datum: 14/05/2020
Origine: NR
Thema's:
Overzicht

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

Het bureau van de nationale raad van de Orde der artsen heeft de problematiek onderzocht betreffende het beroepsgeheim in de context van de methode van de contactopsporing in de strijd tegen de verdere verspreiding van het coronavirus Covid-19.

De bevoegde overheden nemen de maatregelen die zij nodig achten ter voorkoming van de verdere verspreiding van het coronavirus Covid-19. Het opleggen van maatregelen aan de burgers, vergt steeds een afweging tussen verschillende normen en belangen binnen de samenleving. Bij het implementeren van maatregelen op gezondheidsvlak zullen telkens onder meer de bescherming van de volksgezondheid, het recht op kwaliteitsvolle zorg, het recht op privacy en het beroepsgeheim tegen elkaar worden afgewogen.

Contactopsporing is geen nieuwe methode om een verdere verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan, ter bescherming van de volksgezondheid. Deze methode laat toe de besmettingsbronnen op te sporen en vroegtijdig preventief te handelen, door de individuele burger gezondheidsadvies te verstrekken en in te lichten over een mogelijk risico op besmetting met het virus, met als gevolg een tweede besmettingsgolf te vermijden.

Gezien de bijzonder ernstige gezondheidssituatie, de aanzienlijke gevolgen op de maatschappij en de noodzakelijkheid om het coronavirus Covid-19 in te dijken, zowel voor de bevoegde instanties, als voor de zorgverleners en de burgers, is het miskennen van de methode van de contactopsporing niet bedachtzaam. Het gaat om een tijdelijke maatregel(1), waarvoor een advies werd gevraagd aan de bevoegde autoriteiten betreffende de beginselen van noodzakelijkheid en proportionaliteit en de gevoeligheden inzake de privacywetgeving(2). In afwezigheid van een adequaat geneesmiddel en een efficiënt vaccin is de methode van de contactopsporing het middel bij uitstek om de pandemie te proberen bedwingen. Bovendien biedt deze methode een perspectief voor de evolutie en de beheersbaarheid van de epidemie in het belang van de volksgezondheid.

Om deze redenen is het deontologisch aangewezen dat de arts zijn medewerking verleent aan de contactopsporing, zowel betreffende de verplichte melding van de patiënten die vermoedelijk besmet zijn met Covid-19, als betreffende de contactopvolging in het geval de arts zelfs besmet is met Covid-19.

Om de vertrouwensrelatie met de patiënt te vrijwaren, dient de arts de patiënt in duidelijke taal te informeren over de methode van de contactopsporing en het nut ervan in de strijd tegen het coronavirus.

De bevoegde overheden stellen affiches en informatiefolders, eventueel te plaatsen in de wachtzaal, ter beschikking via https://www.info-coronavirus.be/nl/contactopvolging. Patiënten kunnen informatie inwinnen via de link https://covid-19.sciensano.be/sites/default/files/Covid19/COVID-19_patient_info_contact_tracing_NL.pdf.

Op juridisch vlak is een zorgvuldig wettelijk kader betreffende het beroepsgeheim noodzakelijk (3).

(1) Art. 6 van het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020 tot oprichting van een databank bij Sciensano in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus Covid-19 bepaalt dat het besluit ophoudt uitwerking te hebben op 4 juni 2020.

(2) Algemene Verordening Gegevensbescherming van 27 april 2016; Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens

(3) Inmiddels werd een juridisch kader uitgewerkt met als gevolg dat het doorgeven van patiëntgegevens door een arts aan het contactcentrum gerechtvaardigd is en niet langer een juridisch strafrechtelijke inbreuk vormt op het beroepsgeheim.  Artikel 1, §5 van het koninklijk besluit nr. 44 van 26 juni 2020 betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde regionale overheden of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano, bepaalt dat "in afwijking van artikel 458 van het Strafwetboek zijn de gezondheidszorgverleners ontheven van hun geheimhoudingsplicht uit hoofde van dit besluit".

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht