Skip to content

Aanwezigheid van de persoon wiens gezondheidstoestand aan een expertise onderworpen wordt bij de discussie tussen de artsen-deskundigen en de adviserende artsen in het kader van een minnelijk medisch of een gerechtelijk contradictoir deskundigenonderzoek.

Doc: a157007
Tijdschrift: 157
Datum: 06/05/2017
Origine: NR
Thema's:
Overzicht

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht

De nationale raad van de Orde der artsen werd om advies verzocht betreffende de aanwezigheid van de aanvrager van een erkenning van een handicap of ongeschiktheid bij de discussie tussen de artsen-deskundigen en de adviserend artsen in het kader van een deskundigenonderzoek bevolen door de rechtbank.

Advies van de nationale raad :

In zijn vergadering van 6 mei 2017 heeft de nationale raad van de Orde der artsen de vraag betreffende de aanwezigheid van de aanvrager van een erkenning van een handicap of ongeschiktheid bij de discussie tussen de artsen-deskundigen en de adviserende artsen in het kader van een deskundigenonderzoek bevolen door een rechtbank, onderzocht.

Dit advies gaat in ruimere zin over het buitensluiten van de persoon wiens gezondheidstoestand aan een expertise onderworpen wordt uit de discussie tussen de artsen-deskundigen en de adviserende artsen in het kader van een minnelijk medisch of een gerechtelijk contradictoir deskundigenonderzoek.

Zoals de federale commissie ‘Patiëntenrechten' herinnerd heeft in haar advies van 9 oktober 2009, is de Patiëntenrechtenwet van 22 augustus 2002 van toepassing op de expertisegeneeskunde. Deze wet bepaalt in artikel 7 dat de patiënt recht heeft op alle informatie die hem aanbelangt (1).

De nationale raad ziet dan ook geen enkele rechtvaardigingsgrond om de betrokken persoon uit te sluiten uit de discussie tussen de artsen-deskundigen en de adviserende artsen in het kader van een deskundigenonderzoek op tegenspraak.

Naast de juridische argumenten wijst de nationale raad erop dat de geneeskundige plichtenleer een arts-patiëntrelatie naar voren schuift die gebaseerd is op eerbied en vertrouwen. Indien een patiënt uitgesloten wordt uit een gesprek dat over hem gaat, getuigt dit van een gebrek aan waardering, wordt zijn autonomie beknot en wordt achterdocht gewekt.

De nationale raad verzoekt de artsen-deskundigen en de adviserende artsen aan de betrokken persoon wiens gezondheidstoestand aan een expertise onderworpen wordt uitdrukkelijk te laten weten dat hij de discussie tussen de artsen-deskundigen en de adviserende artsen mag bijwonen in het kader van een minnelijk medisch of een gerechtelijk contradictoir deskundigenonderzoek.

1. Zie ook het artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens

 

« Vorige 

 Volgende »

Overzicht