Code van geneeskundige plichtenleer
Laatste aanpassing : oktober 2011
TITEL V : Verhouding geneesheren-derden
« TITEL IVHoofdstuk III : Verhouding met apothekers, licentiaten in de tandheelkunde, vroedvrouwen, verplegenden en leden van paramedische beroepen
« Hoofdstuk II|
Art. 177
01/01/1975
|
De geneesheer moet de onafhankelijkheid van apothekers, licentiaten in de tandheelkunde en vroedvrouwen eerbiedigen en elke ongewettigde handeling vermijden die hen nadeel zou kunnen berokkenen in hun betrekking met de patiënten. |
|
Art. 178
01/01/1975
|
De geneesheren zullen in hun beroepsverhouding met de apothekers de wettelijke bepalingen eerbiedigen in verband met de vorm van de voorschriften. Zij zullen hun voorschriften aan de behoeften van iedere patiënt aanpassen. |
|
Art. 179
01/01/1975
|
§1. Behoudens de door de wet op de medisch-farmaceutische cumulatie toegelaten afwijking, is de verkoop van geneesmiddelen door de praktiserende geneesheer verboden. §2. Het verkopen of verhuren aan zijn patiënten van geneeskundige of protheseapparaten mag de geneesheer geen enkele winst opleveren. §3. De geneesheer mag niet terzelfder tijd de geneeskunde uitoefenen en fabrikant of verdeler zijn van geneesmiddelen, geneeskundige of protheseapparaten. |
|
Art. 180
01/01/1975
|
De uitoefening van het beroep brengt de geneesheren ertoe nauw samen te werken met het verplegend personeel. Het eigen karakter van de functie van deze laatsten moet worden erkend in de geest van artikel 177. |
|
Art. 181
01/01/1975
|
Bij hun beroepscontacten met hun paramedische medewerkers, zullen de geneesheren ieder initiatief vermijden dat deze ertoe zou kunnen aanzetten de geneeskunde op onwettige wijze uit te oefenen. |
|
Art. 182
01/01/1975
|
In het kader van de groepsgeneeskunde of wanneer zij in groepsverband werken met medewerkers, moeten de geneesheren er op letten deze laatsten geen handelingen te doen verrichten die buiten hun bevoegdheid vallen. |
