Code van geneeskundige plichtenleer
Laatste aanpassing : januari 2013
TITEL III : De geneesheer ten dienste van de gemeenschap
TITEL IV »« TITEL IIHoofdstuk II : Preventieve geneeskunde
Hoofdstuk III »« Hoofdstuk I|
Art. 104
01/01/1975
|
Elke geneesheer moet, ongeacht zijn medische activiteiten, naast het louter curatieve karakter ook rekening houden met het preventieve en educatieve aspect van zijn taak. |
|
Art. 105
01/01/1975
|
Binnen de in artikels 55 tot 70 vastgelegde grenzen van het beroepsgeheim moet de geneesheer, in het belang van zijn patiënten, actief samenwerken met zijn collega's die aan preventieve geneeskunde doen en hun medewerkers. |
|
Art. 106
01/01/1975
|
Bij een medisch-sociale consultatie mag de behandelende geneesheer met de toestemming van de betrokkene, aan de arbeidsgeneesheer of aan de geneesheer van het medisch schooltoezicht, gegevens verstrekken die hij voor zijn patiënt nuttig acht. |
|
Art. 107
01/01/1975
|
Geneesheren werkzaam in centra of instellingen voor preventieve geneeskunde zijn gebonden door de bepalingen van onderhavige Code. |
|
Art. 108
01/01/1975
|
De geneesheer, werkzaam in een centrum voor preventieve geneeskunde, of de arbeidsgeneesheer moeten alle nuttige resultaten overhandigen aan de geneesheer aangeduid door de betrokkene; wanneer het een kind of een onbekwame persoon betreft, aan de geneesheer aangeduid door de wettelijke vertegenwoordigers. |
|
Art. 109
01/01/1975
|
De geneesheer van een centrum of een instelling voor preventieve geneeskunde mag slechts met de goedkeuring van de betrokken persoon en met inachtneming van het beroepsgeheim, een medisch dossier overmaken aan een verantwoordelijke practicus van een ander centrum voor preventieve geneeskunde. |
|
Art. 110
01/01/1975
|
De geneesheer, werkzaam in een centrum of een instelling voor preventieve geneeskunde mag, behoudens hoogdringende gevallen, geen zorgen toedienen in het kader van deze activiteiten. Wanneer hij een ziekte vaststelt, verzoekt hij de zieke beroep te doen op zijn huisarts of raadt hij hem aan een huisarts te kiezen. |
|
Art. 111
01/01/1975
|
De geneesheer verbonden aan een centrum of instelling voor preventieve geneeskunde mag van deze functie geen gebruik maken om zijn persoonlijk cliënteel of dat van één of andere verzorgingsinstelling uit te breiden. |
|
Art. 112
01/01/1975
|
Overeenkomstig de beschikkingen van artikels 13 en 15, moeten de geneesheren betrokken bij de preventieve geneeskunde, ervoor waken dat de noodzakelijk verstrekte informatie nooit de indruk wekt als zouden de centra of instellingen voor preventieve geneeskunde over uitsluitende bevoegdheden en rechten beschikken op gebied van de één of andere tak van de geneeskunde. |
