Code van geneeskundige plichtenleer
Laatste aanpassing : januari 2013
TITEL V : Verhouding geneesheren-derden
« TITEL IVHoofdstuk II : Overeenkomsten met niet-geneesheren, uitvindingen en octrooien
Hoofdstuk III »« Hoofdstuk I|
Art. 173
|
(Gewijzigd op 20 december 2008) §1. Elke overeenkomst tussen artsen of artsen-vennootschappen en niet-artsen en die een invloed kan hebben op de deontologische aspecten van de beroepsuitoefening van de arts dient schriftelijk vastgelegd te worden en mag slechts ondertekend worden nadat het ontwerp ervan op deontologisch vlak goedgekeurd werd door de bevoegde provinciale raad. Hetzelfde geldt voor elke wijziging van een dergelijke overeenkomst. §2. De vorige bepaling is niet van toepassing op de protocollen voor medische experimenten voor zover zij ter goedkeuring worden voorgelegd aan een commissie voor medische ethiek. |
|
Art. 174
|
Een dergelijke overeenkomst is verboden wanneer ze kan aanleiding geven tot misbruik of beperking van de diagnostische of therapeutische vrijheid of wanneer ze de kwaliteit van de zorgen kan in het gedrang brengen. |
|
Art. 175
|
Behalve bij gemotiveerde noodzaak om de termijn te verlengen, beslist de provinciale raad binnen de vier maanden over de conformiteit van het voorgelegde dossier aan de medische deontologie. |
|
Art. 176
|
De uitvinding van diagnostische of therapeutische procédés of de verbetering ervan verleent nooit een recht op exclusief gebruik. Op een uitvinding, die vatbaar is voor industriële of commerciële uitbating in de gezondheidszorg, kan een octrooi genomen worden op naam van een geneesheer, mits eerbiediging van de wetten en van de medische ethiek. |
