Skip to content

Code van geneeskundige plichtenleer

Laatste aanpassing : februari 2014

- artikel 168

TITEL II : De arts ten dienste van de patiënt

TITEL III »« TITEL I

Hoofdstuk II : Kwaliteit van de verzorging

Hoofdstuk III »« Hoofdstuk I
Art. 34
18/08/2001
> 2 vorige

(Gewijzigd op 18 augustus 2001)

§1. Zowel voor het stellen van een diagnose als voor het instellen en voortzetten van de behandeling, verbindt de arts er zich toe zijn patiënt zorgvuldig en gewetensvol de zorgen toe te dienen die stroken met de thans geldende wetenschappelijke kennis.

§2. Een slachtoffer van een medische fout heeft recht op vergoeding van de door die fout veroorzaakte schade en elke arts dient hiervoor verzekerd te zijn.

Art. 35
19/03/1994
> 1 vorige

Behalve in geval van overmacht mag de arts zijn beroep enkel uitoefenen onder voorwaarden die de kwaliteit van de zorgen en van de medische behandeling niet in het gedrang brengen.

  1. Behoudens in spoedeisende gevallen mag de arts slechts zoveel personen in behandeling nemen als hij aankan om aan ieder van hen gewetensvol, zorgvuldig en met eerbied voor de menselijke persoon zorgen te verstrekken.

  2. De arts mag zijn bevoegdheid niet overschrijden. Hij moet het advies inwinnen van confraters, onder meer van specialisten, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de patiënt, telkens wanneer dit binnen de diagnostische of therapeutische context nuttig of noodzakelijk blijkt.

  3. Wanneer de toestand van de patiënt dit vereist laat de arts zich bijstaan door bevoegde verpleegkundige, paramedische, technische en sociale medewerkers.

Art. 36
19/03/1994
> 1 vorige

De arts beschikt over de diagnostische en therapeutische vrijheid.

  1. Hij zal niettemin vermijden onnodig dure onderzoekingen en behandelingen voor te schrijven of overbodige verstrekkingen te verrichten.

  2. Hij zal eveneens vermijden behandelingen of geneesmiddelen voor te schrijven op eenvoudig verzoek van de patiënt, zonder dat diens toestand dit medisch rechtvaardigt.

  3. Hij zal er over waken geneesmiddelen voor te schrijven in gepaste vorm en hoeveelheid teneinde overconsumptie en overdosering tegen te gaan.

  4. Wanneer een degelijk vooringelichte patiënt er vrijwillig mee instemt zijn medewerking te verlenen aan een wetenschappelijk onderzoek, mogen hem geen behandelingen onthouden worden die onontbeerlijk zijn voor zijn toestand.

    Wanneer een patiënt weigert mee te werken aan of zich terugtrekt uit het wetenschappelijk onderzoek, moet de arts hem de beste zorgen blijven verstrekken.

Art. 37
17/12/2005
> 2 vorige

(Gewijzigd op 17 december 2005)

  1. De arts zet zich in om elke vorm van afhankelijkheid te voorkomen. Hij wijst de patiënt onder meer op het verkeerd gebruik en het misbruik van substanties die tot afhankelijkheid kunnen leiden evenals op de risico’s bij langdurig gebruik ervan.

  2. De arts zet zich in om patiënten te helpen die afhankelijk zijn van dergelijke substanties of deze misbruiken. Hij opteert voor een multifactoriële benadering van de problematiek zowel op fysiek, psychisch als sociaal vlak.

    Indien de behandeling van de patiënt een bekwaamheid vergt die de arts onvoldoende bezit doet deze een beroep op een bevoegde collega of een bevoegd multidisciplinair team.

    Bij een behandeling met vervangingsmiddelen zal de arts op geregelde tijdstippen nagaan of deze kunnen worden afgebouwd of afgeschaft.

  3. Elke arts die drugsverslaafden behandelt met vervangingsmiddelen dient geregistreerd te zijn bij een erkend centrum of netwerk voor de opvang van drugsverslaafden of bij een daartoe erkend gespecialiseerd centrum.

    De arts dient een continue opleiding in deze materie te volgen en deel te nemen aan de activiteiten van één van de hierboven vermelde structuren.

    Met het oog op een optimale therapeutische efficiëntie staat het de arts vrij, voordat hij een behandeling met vervangingsmiddelen instelt, de patiënt bijkomende voorwaarden op te leggen, zoals de registratie bij de Provinciale Geneeskundige Commissie.

    Indien de arts die vervangingsmiddelen voorschrijft, van oordeel is dat er redenen zijn om af te wijken van de wettelijk vastgelegde wijze van toediening van een vervangingsmiddel (oraal en onder dagelijks toezicht) is hij verplicht in het medisch dossier de afwijkende wijze van aflevering en toediening te noteren evenals de motivering ervan.

  4. De bepalingen van dit artikel gelden niet voor andere medisch verantwoorde behandelingen die afhankelijkheid kunnen meebrengen.