Code van geneeskundige plichtenleer
Laatste aanpassing : januari 2013
TITEL II : De geneesheer ten dienste van de patiënt
TITEL III »« TITEL IHoofdstuk IV : Heelkunde
Hoofdstuk V »« Hoofdstuk III|
Art. 48
01/01/1975
|
Elke geneesheer moet ervoor waken dat de zieke in alle omstandigheden vrij een chirurg kan kiezen. De behandelende geneesheer zal de zieke in geweten bij deze keuze helpen. |
|
Art. 49
01/01/1975
|
De chirurg mag weigeren tot een ingreep over te gaan wanneer de indicatie hem onvoldoende verantwoord lijkt of om een andere gegronde reden. |
|
Art. 50
01/01/1975
|
Om de patiënt met de beste zorgen te omringen, moet de chirurg bevoegde assistenten kiezen. Hij draagt de verantwoordelijkheid voor die keuze. |
|
Art. 51
01/01/1975
|
Indien een geneesheer met de anesthesie wordt belast, krijgt hij van de chirurg of ieder ander opererend geneesheer alle nuttige informatie en neemt hij zijn eigen verantwoordelijkheid op zich. |
|
Art. 52
01/01/1975
|
In het belang van de zieke moet de chirurg in vertrouwen met de behandelende geneesheer samenwerken. |
|
Art. 53
01/01/1975
|
Bij preleveren van weefsels of organen "ex vivo" met het oog op transplantaties, wordt verondersteld dat de donor of, bij onomkeerbaar coma, diens wettelijke vertegenwoordigers, voorafgaandelijk hun toestemming hebben gegeven; voor het wegnemen van organen "post mortem", dient men zich nauwgezet te houden aan de regels welke thans gelden voor de vaststelling van de dood van de donor. De impliciete of uitdrukkelijke weigering van de patiënt tot preleveren op zijn lijk, moet worden geëerbiedigd. |
|
Art. 54
|
(Gewijzigd op 16 juli 1988)
Hoewel het doorgaans slechts een kleine ingreep betreft, heeft de heelkundige sterilisatie verstrekkende gevolgen. |
