Code van geneeskundige plichtenleer
Laatste aanpassing : maart 2009
TITEL II : De geneesheer ten dienste van de patiënt
TITEL III »« TITEL IHoofdstuk VI : Erelonen
Hoofdstuk VII »« Hoofdstuk V|
Art. 71
|
De geneesheer moet gematigd en bescheiden zijn bij het vaststellen van het ereloon betreffende zijn prestaties. Binnen deze perken mag hij rekening houden met de belangrijkheid van de geleverde prestaties, de economische toestand van de patiënt, zijn eigen faam en de eventuele bij¬zondere omstandigheden. Hij weigert niet aan de zieke of diens vertegenwoordigers uitleg te verstrekken omtrent het bedrag van het ereloon betreffende zijn prestaties. |
|
Art. 72
|
Het ereloon is volkomen eigendom van de geneesheer ongeacht of dit rechtstreeks of door bemiddeling van een gemachtigde wordt geïnd. Indien de geneesheer werkzaam is in een instelling moet deze bepaling uitdrukkelijk worden vermeld in elk contract tussen de geneesheer en die instelling. Indien de geneesheer zijn beroep uitoefent als vennoot in een professionele vennootschap met rechtspersoonlijkheid, wordt het ereloon betreffende zijn prestaties geïnd in naam en voor rekening van de vennootschap. Is de geneesheer-vennoot werkzaam in een instelling, dan moet deze bepaling uitdrukkelijk worden vermeld in elk contract tussen die instelling en de vennootschap. |
|
Art. 73
|
De geneesheer moet in principe de ereloonnota's met betrekking tot door hem uitgevoerde prestaties persoonlijk opmaken. |
|
Art. 74
|
Indien hij daarvoor een beroep doet op administratief personeel of op een administratieve dienst, dan moet de geneesheer controle uitoefenen en draagt hij de verantwoordelijkheid. |
|
Art. 75
|
De ereloonstaat dient binnen het jaar na de prestatie te worden toegestuurd. Bij het innen van erelonen dient elke handelwijze vermeden te worden die niet strookt met de vereiste waardigheid van de geneesheer-patiëntverhouding. |
|
Art. 76
|
In de gevallen waarin een gezamenlijke ereloonstaat wordt opgesteld, moet het voor de prestaties van elke geneesheer aangerekend bedrag afzonderlijk worden vermeld. |
|
Art. 77
|
Een schadeloosstelling mag gevraagd worden voor een nutteloos geworden huisbezoek of voor een verzuimde afspraak indien zij niet tijdig werden afgezegd. |
|
Art. 78
|
Het vragen van honoraria die merkelijk te hoog liggen duidt op een gebrek aan eerlijkheid en bescheidenheid en kan, onverminderd de bevoegdheid van de provinciale raden om uitspraak te doen over ereloonbetwistingen, aanleiding geven tot tuchtmaatregelen. Indien geneesheren bepaalde verbintenissen hebben aangegaan of handelen overeenkomstig plaatselijke gebruiken, mogen zij geen daden stellen die een misbruik zouden betekenen van het recht lagere erelonen te vragen en vooral geen cliënteel werven door, op welke wijze dan ook, van hun stelselmatig lagere erelonen melding te maken. |
|
Art. 79
|
(Gewijzigd op 18 maart 1995)
Het is gebruikelijk dat een geneesheer geen ereloon aanrekent voor de verzorging van zijn naaste verwanten en zijn medewerkers, alsook van zijn collega's en de personen ten laste van deze laatsten. |
|
Art. 80
01/01/1975
|
Ereloonverdeling tussen geneesheren is toegestaan wanneer zij betrekking heeft op een aan de zieke rechtstreeks of onrechtstreeks bewezen dienst in het kader van de groepsgeneeskunde. Behoudens deze gevallen, is het aanvaarden, het aanbieden of het vragen van een ereloonverdeling, zelfs zonder gevolg, een ernstige fout. |
|
Art. 81
01/01/1975
|
Elke ereloonverdeling tussen geneesheren en niet-geneesheren is verboden. |
|
Art. 82
01/01/1975
|
Wanneer de geneesheer een forfaitaire vergoeding krijgt, mag zijn beroepsactiviteit daardoor niet ondergeschikt worden aan de financiële belangen van de natuurlijke of rechtspersonen die hem bezoldigen. Laatstgenoemden mogen geen enkel voordeel halen uit een mogelijk verschil tussen het ereloon dat zij innen als gemachtigden van de geneesheer en zijn forfaitaire vergoeding. |
|
Art. 83
01/01/1975
|
Het is de geneesheer verboden forfaitaire erelonen te aanvaarden die terzelfder tijd prestaties en leveringen van geneesmiddelen of prothesen dekken. |
|
Art. 84
01/01/1975
|
Wanneer na onderling overleg, een honorariumpool door een medische groep wordt ingesteld, mag deze laatste, onverminderd de beschikkingen van artikel 80, slechts bestaan uit actieve leden-geneesheren die allen aan de verzorging van de patiënten deelnemen. |
