Code van geneeskundige plichtenleer
Laatste aanpassing : oktober 2011
TITEL III : De geneesheer ten dienste van de gemeenschap
TITEL IV »« TITEL IIHoofdstuk III : De continuïteit van de verzorging, de wachtdiensten en de dringende medische hulp
Hoofdstuk IV »« Hoofdstuk II|
Art. 113
01/01/1975
|
De continuïteit van de verzorging verzekeren is een deontologische plicht. |
|
Art. 114
01/01/1975
|
Elke geneesheer moet, naargelang van het geval, de nodige maatregelen nemen om de continuïteit van de verzorging van zijn zieken te waarborgen. |
|
Art. 115
01/01/1975
|
Wachtdiensten worden eensdeels opgericht om de geneesheer in staat te stellen de continuïteit van de verzorging te waarborgen en anderdeels om aan dringende oproepen gevolg te kunnen geven. |
|
Art. 116
01/01/1975
|
De organisatie van deze wachtdiensten berust bij de beroepsverenigingen of de met dat doel opgerichte plaatselijke organisaties. De werkingsmodaliteiten van deze diensten en de wachtrol dienen aan de provinciale raad te worden medegedeeld. |
|
Art. 117
|
(Gewijzigd op 30 juni 2007) Elke geneesheer ingeschreven op de Lijst van de Orde moet, overeenkomstig zijn bevoegdheid, aan deze wachtdiensten deelnemen en in voorkomend geval tot de werkingskosten ervan bijdragen. Uitzonderingen kunnen wegens leeftijd, gezondheid of andere gerechtvaardigde redenen worden toegestaan. Het beoordelen van tekortkomingen aan de deontologische verplichtingen met betrekking tot de wachtdiensten behoort tot de bevoegdheid van de provinciale raden. |
|
Art. 118
01/01/1975
|
Onverminderd de bepalingen van de wet van 6 januari 1961 die enkele gevallen van schuldig verzuim bestraft of van de wet van 8 juli 1964 inzake de dringende geneeskundige hulpverlening, mag de geneesheer zich slechts aan een dringende oproep onttrekken na zich ervan overtuigd te hebben dat er geen echt gevaar bestaat of wanneer hij door een even belangrijk spoedgeval wordt weerhouden. De wet van 6 januari 1961 voerde in het Strafwetboek een aantal bepalingen in met betrekking tot het schuldig verzuim nl. art. 422bis en art. 422ter. Deze wet bestaat dus op zichzelf niet meer en de genoemde artikelen werden intussen reeds gewijzigd. |
