Code van geneeskundige plichtenleer
Laatste aanpassing : maart 2009
TITEL IV : Verhouding tussen geneesheren
TITEL V »« TITEL IIIHoofdstuk I : De collegialiteit
Hoofdstuk II »|
Art. 136
01/01/1975
|
De collegialiteit is een voorname plicht. |
|
Art. 137
01/01/1975
|
De geneesheren zijn elkaar steeds morele bijstand verschuldigd: het is hun plicht een ten onrechte aangevallen geneesheer te verdedigen. |
|
Art. 138
01/01/1975
|
Wanneer een geneesheer uit een ambt dat hij in een openbare of privé-inrichting uitoefende wordt ontslagen of geschorst, mag een geneesheer zijn kandidatuur slechts stellen nadat hij contact heeft opgenomen met de betrokken collega en met zijn eigen provinciale raad van de Orde. De geneesheer die meent een wettige beweegreden te hebben om geen contact op te nemen met zijn collega moet die reden ter beoordeling aan de provinciale raad voorleggen. |
|
Art. 139
01/01/1975
|
Het past in een goede collegialiteit een toevallig verhinderde collega in de mate van het mogelijke te vervangen. |
