Skip to content

Code van geneeskundige plichtenleer

Laatste aanpassing : oktober 2011

TITEL V : Verhouding geneesheren-derden

« TITEL IV

Hoofdstuk I : Contracten met verzorgingsinstellingen

Hoofdstuk II »
Art. 166
01/01/1975

Elke overeenkomst gesloten tussen geneesheren en verzorgingsinstellingen moet door een schriftelijk contract worden geregeld.

De statuten, contracten en huishoudelijke reglementen moeten stroken met de bepalingen van de geneeskundige plichtenleer.

Elke bepaling die indruist tegen de plichten die ontstaan uit het stilzwijgend verzorgingscontract dat de geneesheer met zijn zieke verbindt, is verboden.

Art. 167
01/01/1975

Elk statuut of contract en elke wijziging van een bestaand statuut of contract moet vooraf worden voorgelegd aan de provinciale raad waartoe de geneesheren behoren, evenals het huishoudelijk reglement of de documenten waarnaar in het contract wordt verwezen.

De provinciale raad zal binnen de drie maanden onderzoeken of de statutaire, contractuele of reglementaire bepalingen overeenstemmen met de beginselen van de geneeskundige plichtenleer.

Art. 168
01/01/1975

Wanneer de geneesheer gebruik maakt van diensten van personeelsleden, van lokalen of van materiaal waarvan de betaling, uit welke andere hoofde ook, niet of slechts gedeeltelijk is geregeld, moeten de voorwaarden tot gebruik ervan in het statuut of de overeenkomst worden vastgelegd.

Alleen de werkelijke onkosten komen in aanmerking voor een vergoeding en deze mag niet gebonden zijn aan het bedrag van de geïnde erelonen.

Art. 169
01/01/1975

Geen enkele contractuele, statutaire of reglementaire bepaling mag de keuze van de middelen beperken die moeten worden aangewend, hetzij voor het stellen van de diagnose, hetzij voor het instellen en uitvoeren van de behandeling, hetzij voor de raadpleging van een praktiserende geneesheer die niet tot de instelling behoort.

Art. 170
01/01/1975

De geneesheren die werkzaam zijn in een verzorgingsinstelling, moeten er voor waken dat een medische raad wordt opgericht, die wordt gekozen uit en door de beoefenaars van de geneeskunde, die bij de werking van de instelling zijn betrokken.

Art. 171
01/01/1975

Elke bepaling die de bevoegdheid om uitspraak te doen over deontologische betwistingen tussen geneesheren, toekent aan een bestuursorgaan of enig ander college, is verboden.

Art. 172
01/01/1975

Het statuut of contract moet bepalen dat de geneesheer op medisch vlak een werkelijk gezag uitoefent over het personeel van zijn dienst.