Code van geneeskundige plichtenleer
Laatste aanpassing : maart 2009
|
Art. 18
|
(Gewijzigd op 14 september 1991) §1. De materiële en immateriële bestanddelen van een geneeskundige praktijk kunnen het voorwerp uitmaken van een inbreng of quasi-inbreng in een geneesherenvennootschap en van een overdracht aan een geneesheer, een geneesherenassociatie of een geneesherenvennootschap. §2. Zowel inbreng, quasi-inbreng als overdracht moeten door een schriftelijke overeenkomst worden geregeld. Deze overeenkomst dient voorafgaandelijk ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de bevoegde provinciale raad. §3. Door deze overeenkomst mag geen afbreuk gedaan worden aan de deontologische verplichtingen van de betrokken geneesheren. |
|
Art. 19
01/01/1975
|
§1. Het is verboden, onder welke vorm ook, patiënten te ronselen. §2. Een geneesheer zijn cliënteel onttrekken of pogen te onttrekken is verboden. §3. Een geneesheer mag in zijn kabinet elke patiënt ontvangen. §4. De geneesheer die geroepen wordt bij een zieke die in behandeling is bij een collega, moet de volgende regels in acht nemen:
|
