Code van geneeskundige plichtenleer
Laatste aanpassing : mei 2013
TITEL II : De geneesheer ten dienste van de patiënt
TITEL III »« TITEL IHoofdstuk V : Beroepsgeheim van de geneesheer
Hoofdstuk VI »« Hoofdstuk IV|
Art. 55
01/01/1975
|
Het beroepsgeheim dat de geneesheer moet bewaren, is van openbare orde. De door patiënten geraadpleegde of om zorgen of raad verzochte practici zijn in alle omstandigheden door het beroepsgeheim gebonden. |
|
Art. 56
01/01/1975
|
Het beroepsgeheim van de geneesheer omvat zowel al wat de patiënt hem heeft gezegd of toevertrouwd, als wat de geneesheer weet of heeft ontdekt ten gevolge van onderzoekingen of van door hem gedane of aangevraagde navorsingen. |
|
Art. 57
01/01/1975
|
Het beroepsgeheim omvat alles wat de geneesheer heeft gezien, gehoord, vernomen, vastgesteld, ontdekt of opgevangen tijdens of bij gelegenheid van de uitoefening van zijn beroep. |
|
Art. 58
|
Binnen uitdrukkelijk vastgelegde perken, gelden wettelijke uitzonderingen voor de hierna opgesomde gevallen. De geneesheer moet in geweten oordelen of hij door het beroepsgeheim toch niet wordt verplicht bepaalde gegevens niet mede te delen. a. (Gewijzigd op 20 september 2008) b. Het verstrekken van inlichtingen of medische gegevens over de verzekerde, aan de geneesheren-adviseurs van verzekeringsinstellingen tegen ziekte en invaliditeit en binnen de perken van de medisch-sociale raadplegingen. c. De aangifte aan gezondheidsinspecteurs van overdraagbare epidemische ziekten, overeenkomstig de modaliteiten en voorwaarden in de wet vastgelegd. d. De aangifte aan gezondheidsinspecteurs van geslachtsziekten, overeenkomstig de wetgeving inzake de voorkoming van deze ziekten. e. De kennisgevingen en aangiften aan de ambtenaar van de burgerlijke stand inzake geboorten, overeenkomstig de wettelijke bepalingen. f. De afgifte van reglementaire geneeskundige getuigschriften nodig voor de aangifte van werkongevallen met vermelding van alle indicaties die rechtstreeks in verband staan met het oorzakelijk trauma. g. Het afleveren van geneeskundige verslagen en verklaringen in uitvoering van de wettelijke voorschriften inzake de bescherming van de persoon van de geesteszieke en inzake de bescherming van de goederen van personen die wegens hun lichaams- of geestestoestand geheel of gedeeltelijk onbekwaam zijn die te beheren. h. Het afleveren van medische verslagen in uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de beroepsziekten. i. Het afleveren van geneeskundige verklaringen in uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de landverzekeringsovereenkomsten. j. (Toegevoegd op 22 december2007) k. (Toegevoegd op 30 april 2011)
|
|
Art. 59
01/01/1975
|
§1. De geneesheer van het medisch schooltoezicht deelt slechts binnen de strikte perken van zijn opdracht de resultaten van zijn onderzoek mede aan de leerlingen, de ouders, de voogden van leerlingen, de geneesheer-ambtenaar of de inrichtende overheid.
§2. De arbeidsgeneesheer mag de personeelsleden van het medisch team, die zelf gebonden zijn door het beroepsgeheim, alleen van die inlichtingen in kennis stellen die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun opdracht. |
|
Art. 60
|
(Gewijzigd op 21 januari 1995) De geneesheer is gerechtigd aan een door de bevoegde overheid aangeduide geneesheer, alle geneeskundige gegevens mede te delen teneinde het onderzoek van pensioenaanvragen van militairen of oorlogsslachtoffers en de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake gehandicapten te vergemakkelijken. De mededeling van deze gegevens en het gebruik ervan door de in het eerste lid vermelde geneesheren kan slechts gebeuren mits eerbiediging van het beroepsgeheim van de geneesheer. |
|
Art. 61
|
(Gewijzigd op 16 november 2002) §1. Als een geneesheer vermoedt dat een kind wordt mishandeld, seksueel wordt misbruikt of ernstig wordt verwaarloosd dient hij te opteren voor een multidisciplinaire benadering zoals bijvoorbeeld de inschakeling van een voor die problematiek opgerichte specifieke voorziening. Indien een geneesheer vaststelt dat een kind in ernstig gevaar verkeert dient hij onmiddellijk het nodige te doen om het kind te beschermen. Indien het gevaar dreigend is en er geen andere middelen zijn om het kind te beschermen, kan de geneesheer de procureur des Konings in kennis stellen van zijn bevindingen. De ouders of de voogd van het kind zullen door de geneesheer geïnformeerd worden over zijn bevindingen en de initiatieven die hij wenst te nemen tenzij dit de belangen van het kind kan schaden. Alvorens om het even welk initiatief te nemen, dient de geneesheer voorafgaandelijk met het kind te overleggen in de mate dat zijn onderscheidingsvermogen dit toelaat. §2. Als een geneesheer vermoedt dat een door ziekte, handicap of leeftijd weerloze patiënt wordt mishandeld, misbruikt of ernstig wordt verwaarloosd zal hij, indien de verstandelijke mogelijkheden van de patiënt dit toelaten, zijn bevindingen met de patiënt bespreken. De geneesheer zal de patiënt ertoe aansporen zelf de nodige initiatieven te nemen, zoals onder meer het informeren van zijn naaste verwanten. Indien deze bespreking met de patiënt niet mogelijk is, kan de behandelend geneesheer met een terzake bevoegde collega overleggen aangaande diagnostiek en benadering van de problematiek. Indien de patiënt in ernstig gevaar verkeert en er geen andere middelen zijn om hem te beschermen, kan de geneesheer de procureur des Konings in kennis stellen van zijn bevindingen. De geneesheer zal de naaste verwanten in kennis stellen van zijn bevindingen en de initiatieven die hij wenst te nemen om de patiënt te beschermen indien dit de belangen van deze laatste niet schaadt. |
|
Art. 62
|
(Gewijzigd op 16 april 1994) Binnen de perken van volstrekte noodzaak, mag een diagnose of een inlichting van geneeskundige aard worden medegedeeld :
De in vertrouwen door een patiënt medegedeelde gegevens mogen nooit openbaar worden gemaakt. |
|
Art. 63
01/01/1975
|
De voor de gerechtelijke overheid gedagvaarde geneesheer mag weigeren getuigenis af te leggen over door het beroepsgeheim gedekte feiten, door zich te beroepen op dit beroepsgeheim. |
|
Art. 64
01/01/1975
|
De verklaring van een zieke waarbij hij de geneesheer van zijn zwijgplicht ontheft, volstaat niet om de geneesheer van zijn verplichting te ontslaan. |
|
Art. 65
01/01/1975
|
De dood van een zieke ontheft de geneesheer niet van zijn beroepsgeheim. De erfgenamen kunnen hem er evenmin van ontslaan of erover beschikken. |
|
Art. 66
01/01/1975
|
De inbeslagneming van medische stukken door de onderzoeksrechter of, bij op heterdaad betrapte misdaden, door de procureur des Konings, is toegestaan wanneer die stukken betrekking hebben op aan de geneesheer ten laste gelegde beschuldigingen; dit gebeurt in aanwezigheid van een lid van de raad van de Orde. Wanneer alleen de zieke wordt verdacht, is het zoeken naar medische dossiers of andere stukken betreffende de hem verstrekte zorgen, door het beroepsgeheim niet toegelaten. |
|
Art. 67
01/01/1975
|
De geneesheer heeft het recht maar is niet verplicht aan een patiënt, die hem erom verzoekt, een getuigschrift betreffende zijn gezondheidstoestand te overhandigen. Wanneer een patiënt om een getuigschrift verzoekt met het oog op sociale voordelen, mag de geneesheer hem dit getuigschrift afleveren maar moet hij het voorzichtig en discreet opstellen; hij mag dit getuigschrift, met de goedkeuring van zijn patiënt of diens naastbestaanden, zo nodig ook rechtstreeks, overhandigen aan de geneesheer van de instelling waarvan de toekenning van bedoelde sociale voordelen afhangt. |
|
Art. 68
|
(Gewijzigd op 22 september 1993) §1. Voor de uitvoering van een levensverzekeringscontract zal de geneesheer, die het bericht van overlijden heeft ingevuld, desgevraagd een verklaring nopens de doodsoorzaak toezenden aan de met naam aangeduide adviserend arts van de verzekeraar, mits deze laatste aantoont de voorafgaande toestemming van de verzekerde daartoe te bezitten. §2. Verklaringen nopens de omstandigheden en de oorzaak van het overlijden ten behoeve van het Fonds voor de Beroepsziekten of van de Verzekeringsmaatschappij voor Arbeidsongevallen, zullen desgevraagd aan de met naam aangeduide adviserend geneesheer van het F.B.Z. of van de Verzekeringsmaatschappij voor Arbeidsongevallen worden toegezonden door de geneesheer die het bericht van overlijden heeft ingevuld. |
|
Art. 69
01/01/1975
|
De geneesheer die als beschuldigde voor de Raad van de Orde verschijnt mag zich niet beroepen op de zwijgplicht, maar is de gehele waarheid verschuldigd. Hij is echter gerechtigd de vertrouwelijke mededelingen van de patiënt te verzwijgen. De geneesheren die verzocht worden getuigenis af te leggen in tuchtzaken zijn, voor zover de regels van het beroepsgeheim jegens hun patiënten het toelaten, ertoe gehouden alle feiten die het onderzoek aanbelangen, bekend te maken. |
|
Art. 70
01/01/1975
|
De geneesheer zal ervoor waken dat het medisch geheim door zijn helpers dwingend wordt nageleefd. |
