Code van geneeskundige plichtenleer
Laatste aanpassing : maart 2009
TITEL IV : Verhouding tussen geneesheren
TITEL V »« TITEL IIIHoofdstuk II : Behandelende geneesheer en consulent
Hoofdstuk III »« Hoofdstuk I|
Art. 140
01/01/1975
|
Het belang van de zieken evenals de collegialiteit vereisen een goede verstandhouding tussen behandelende geneesheer en consulent. |
|
Art. 141
01/01/1975
|
Elke geneesheer moet zich bewust zijn van de grenzen van zijn kennis en mogelijkheden; hij mag slechts overeenkomstig hiermede handelen. |
|
Art. 142
01/01/1975
|
§1. Wanneer de gezondheidstoestand van de zieke een gespecialiseerd onderzoek of een bijzondere therapie vergt, moet de geneesheer de zieke, met diens goedkeuring, zonder nadelig verwijl naar een door hem terzake bevoegd geacht collega verwijzen. Hij moet zijn collega inlichten over alle nuttige nosologische en sociale gegevens. §2. Teneinde de continuïteit van de verzorging te verzekeren, moet de consulent zo vlug mogelijk de door hem onderzochte of behandelde zieke naar zijn collega terugsturen en hem de uitslagen en gevolgtrekkingen van zijn onderzoekingen bezorgen. |
|
Art. 143
01/01/1975
|
Wanneer een zieke uit eigen beweging een gespecialiseerd practicus raadpleegt, vergt het belang van de patiënt dat de specialist navraag doet naar de naam van de huisarts aan wie hij de resultaten en besluiten van zijn onderzoek kan bezorgen. |
|
Art. 144
01/01/1975
|
Een consult onder geneesheren kan worden voorgesteld hetzij door de behandelende geneesheer wanneer de toestand het vereist, hetzij door de zieke, zijn verwanten of zijn vertegenwoordigers. In beide gevallen stelt de behandelende geneesheer bevoegde collega's voor, maar hij moet rekening houden met de wensen van de zieke of van zijn vertegenwoordigers. |
|
Art. 145
01/01/1975
|
Wanneer de behandelende geneesheer meent de gekozen consulent niet te kunnen aanvaarden, mag hij zich terugtrekken zonder verplichting deze weigering te motiveren op voorwaarde dat de continuïteit van de verzorging verzekerd is. |
|
Art. 146
01/01/1975
|
De behandelende geneesheer moet de consulent verwittigen en stelt met hem dag en uur van het consult vast. |
|
Art. 147
01/01/1975
|
Nadat de behandelende geneesheer hem voorafgaandelijk en vertrouwelijk alle nuttige inlichtingen heeft verstrekt, ondervraagt en onderzoekt de consulent persoonlijk de zieke ; na overleg met zijn collega, brengt hij vervolgens de zieke of zijn vertegenwoordigers op de hoogte van het resultaat van het consult in aanwezigheid van de behandelende geneesheer. |
|
Art. 148
01/01/1975
|
De behandelende geneesheer en de consulent moeten tijdens of na het consult vermijden elkaar in de geest van de zieke of van zijn omgeving schade te berokkenen. |
|
Art. 149
01/01/1975
|
Bij meningsverschil tussen consulent en behandelende geneesheer, mag laatstgenoemde een andere consulent voorstellen; indien dit voorstel niet wordt aanvaard en het advies van de consulent de bovenhand haalt, mag de geneesheer van zijn opdracht afzien op voorwaarde dat de continuïteit van de verzorging verzekerd is. |
|
Art. 150
01/01/1975
|
Tijdens de ziekte die aanleiding heeft gegeven tot het consult, mag de consulent bij de zieke ten huize geen nieuw bezoek afleggen zonder het goedvinden van de behandelende geneesheer. |
|
Art. 151
01/01/1975
|
§1. Wanneer de zieke in een verzorgingsinstelling wordt opgenomen, moet de behandelende geneesheer hiervan in kennis worden gesteld.
§2. Elke belangrijke wijziging in de toestand van de zieke tijdens zijn verblijf in die instelling moet, in de mate van het mogelijke, zonder uitstel aan de behandelende geneesheer worden medegedeeld. §3. Op het einde van de ziekenhuisverpleging moet de behandelende geneesheer ingelicht worden over het vertrek van zijn patiënt en een verslag ontvangen waarin onder meer, de diagnose, de toegepaste therapie, de bereikte resultaten en de eventuele verdere zorgen staan opgetekend. |
|
Art. 152
01/01/1975
|
Het is wenselijk dat de behandelende geneesheer aanwezig is tijdens een heelkundige ingreep. Behoudens bij spoedgevallen en zo mogelijk, zal de chirurg met de behandelende geneesheer dag en uur van de ingreep vaststellen. |
