Artikel
TITEL II : De geneesheer ten dienste van de patiënt
Hoofdstuk V : Beroepsgeheim van de geneesheer
Art. 68
(Gewijzigd op 22 september 1993)
§1. Voor de uitvoering van een levensverzekeringscontract zal de geneesheer, die het bericht van overlijden heeft ingevuld, desgevraagd een verklaring nopens de doodsoorzaak toezenden aan de met naam aangeduide adviserend arts van de verzekeraar, mits deze laatste aantoont de voorafgaande toestemming van de verzekerde daartoe te bezitten.
§2. Verklaringen nopens de omstandigheden en de oorzaak van het overlijden ten behoeve van het Fonds voor de Beroepsziekten of van de Verzekeringsmaatschappij voor Arbeidsongevallen, zullen desgevraagd aan de met naam aangeduide adviserend geneesheer van het F.B.Z. of van de Verzekeringsmaatschappij voor Arbeidsongevallen worden toegezonden door de geneesheer die het bericht van overlijden heeft ingevuld.
Inzake levensverzekeringen mag de behandelende geneesheer, rechtstreeks noch onrechtstreeks aan de verzekeraar of aan de geneesheer-adviseur van een verzekeringmaatschappij, inlichtingen verstrekken met betrekking tot de doodsoorzaak van een verzekerde.
<< Terug
