| Doc: | a116006 |
| Tijdschrift: | 116 p. 9 |
| Datum: | 21/04/2007 |
| Origine: | NR |
| Thema's: |
|
| << Terug | |
Op 11 september 2006 nodigt de heer R. Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, de Nationale Raad uit voor een ontmoeting betreffende de problemen inzake de wachtdiensten huisartsgeneeskunde.
Op de agenda stonden volgende punten :
“Eerstelijnsgeneeskunde. Hoe de toekomst te verzekeren ?
Stand van zaken en problemen in het veld.
Welke toekomst
Op 18 januari 2007 heeft een onderhoud plaats van een delegatie van de Nationale Raad met de adviseur huisartsgeneeskunde van de Strategische Cel van R. Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Op basis van het verslag van deze vergadering bepaalt de Nationale Raad zijn standpunt inzake de wachtdienst voor huisartsgeneeskunde.
1. Noodzaak van een huishoudelijk reglement dat onder meer de wijze vastlegt waarop een huisarts uitgesloten kan worden alsook de maatregelen die genomen kunnen worden ten overstaan van een arts die weigert deel te nemen aan de wachtdienst. Het huishoudelijk reglement van de wachtdienst geldend voor de ganse huisartsenzone van de huisartsenkring wordt ter goedkeuring overgemaakt aan de provinciale raad van de Orde van geneesheren en ter kennisgeving aan de Provinciale Geneeskundige Commissie (en aan de FOD Volksgezondheid in het geval van erkende huisartskringen).
2. In alle regio’s met huisartsenkringen zijn deze verantwoordelijk voor de organisatie van de wachtdienst. Tevens zijn zij de enige gesprekspartners hieromtrent, zowel ten aanzien van de Orde der geneesheren als van de Provinciale Geneeskundige Commissie. De huisartsenkring kan deze verantwoordelijkheid delegeren aan één van zijn leden, die verantwoordelijk is voor een wachtdienstonderdeel of voor de gehele huisartsenkring.
3. De Provinciale Geneeskundige Commissies dienen erop toe te zien dat aan de behoefte van de wachtdienst voldaan is. De werkingwijze en de interne organisatie van deze wachtdienst vallen (volgens het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de opdrachten verleend aan huisartsenkringen) onder de uitsluitende bevoegdheid van de huisartsenkringen.
4.Zorgverstrekking.
De wachtdienst voor huisartsgeneeskunde is er om de gezondheidszorg van de huisartsgeneeskunde te waarborgen. De verplichting om deel te nemen aan de wachtdienst voor huisartsgeneeskunde slaat op ALLE huisartsen.
5.Uitsluiting op initiatief van de huisartsenkring of vrijstelling van een huisarts van de wachtdienst :
6.Weigering om deel te nemen aan de wacht.
In geval van weigering deel te nemen aan de voor iedere huisarts verplichte wachtdienst brengt de huisartsenkring de Provinciale Raad van de Orde van geneesheren op de hoogte, die de zaak deontologisch zal beoordelen en ook de Provinciale Geneeskundige Commissie die het geschil zal beslechten.
7.Hoe omgaan met een oproep tijdens de wachtdienst ?
8.Organisatie van de wachtdienst.
Moeilijkheden in verband met de organisatie van de wachtdiensten waaronder regio’s met een tekort aan huisartsen, dienen voor beslechting overgelegd te worden aan de Provinciale Geneeskundige Commissie.