| Doc: | a032004 |
| Tijdschrift: | 32 p. 21 |
| Datum: | 09/07/1983 |
| Origine: | NR |
| Thema's: |
|
is vervangen door advies : OT 81 p. 8, a081002
|
|
| << Terug | |
Een provinciale raad verzoekt om advies inzake de toegelaten vermeldingen op naamborden van geneesheren specialisten. De Nationale Raad had ter zake reeds een eerste advies uitgebracht dat gepubliceerd werd in het Officieel Tijdschrift nr. 30, in afwachting van het advies van de Academiën.
a) de wettelijke bepalingen en ondermeer de koninklijke besluiten tot regeling van de nomenclatuur voor de terugbetaling van verstrekkingen en handelingen inzake ziekte-en invaliditeitsverzekering;
b) de nieuwe specialismen en sub specialismen die voortdurend ontstaan;
c) het feit dat de laatste jaren in toenemende mate op naamborden melding wordt gemaakt van specialismen die wetenschappelijk nog niet zijn erkend of van fantaisistische gegevens met een uitgesproken publicitair karakter.
§1. De vermelding op naamborden (...), moeten bescheiden zijn naar vorm en inhoud.
§2. Op het naambord van een geneeskundig kabinet worden alleen vermeld: naam en voornamen, wettelijke titel, uitgeoefende specialiteit, spreekdagen en uren, en gebeurlijk het telefoonnummer.
§5. De geneesheer mag geen gewag maken van een bevoegdheid die hij niet bezit.
De Nationale Raad is van oordeel dat gelet op de richtlijnen vervat in artikel 13 en meer bepaald in § 5, en abstractie gemaakt van de titel van Doctor in de geneeskunde, een of maximaal twee vermeldingen zijn toegelaten. Naargelang de hieronder beschreven mogelijkheden dienen de vooropgestelde criteria strikt te worden nageleefd.
De vermelding van het specialisme waarvoor de arts bij besluit van de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, als specialist werd erkend of erkend krachtens EEG Richtlijn 75/362.
Als eerste vermelding, het specialisme vermeld onder A.1. Als tweede vermelding, een tak van dit specialisme op voorwaarde dat de arts daarin voldoende kennis en ervaring heeft verworven.
De arts moet erop letten dat:
Een sub specialisme van het specialisme waarvoor hij globaal werd erkend op voorwaarde dat:
Als eerste vermelding, het sub specialisme vermeld onder B.1. Als tweede vermelding, een tak van dit sub specialisme op voorwaarde dat de arts het bewijs kan leveren van een grotere kennis en ervaring in deze materie dan de arts bedoeld onder B.1.
De geneesheer die voor een erkend specialisme werd erkend maar daarnaast een opleiding heeft genoten die hem toelaat in een ander specialisme te worden erkend zonder daarvoor evenwel een erkenning te hebben bekomen, moet op zijn naambord het erkend specialisme vermelden en mag, desgewenst, in de tweede plaats melding maken van het specialisme waarvoor hij wel de opleiding maar niet de erkenning heeft bekomen. Het is in ieder geval uitgesloten exclusief dit laatste specialisme te vermelden.
Voorbeeld:
de geneesheer erkend als specialist inwendige ziekten maar met een opleiding die hem zou toelaten erkend te worden als cardioloog - zonder dat hij evenwel de erkenning daarin bezit -, mag vermelden:
ofwel: inwendige geneeskunde
ofwel: inwendige geneeskunde cardiologie
maar mag in geen geval enkel cardiologie vermelden.