| Doc: | a040013 |
| Tijdschrift: | 40 p. 21 |
| Datum: | 27/02/1988 |
| Origine: | NR |
| Thema's: |
|
| << Terug | |
De Nationale Raad neemt inzage van het rapport ter zake en vaardigt onderstaand advies uit:
De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 27 februari 1988 beslist navolgende vermeldingen zowel in de Officiële Telefoongids (wit) als in de "Gouden Gids" (beroepen) toe te laten:
De redactie acht het nuttig hieronder het advies inzake de vermeldingen op naamborden van geneesheren‑specialisten integraal te hernemen.
In zijn vergadering van 9 juli 1983, heeft de Nationale Raad het volgende advies uitgebracht, waarin rekening werd gehouden met:
Toegelaten vermeldingen op naamborden
§ 1. De vermeldingen op naamborden (...), moeten bescheiden zijn naar vorm en inhoud.
§ 2. Op het naambord van een geneeskundig kabinet worden alleen vermeld: naam en voornamen, watelijke titel, uitgeoefende specialiteit, spreekdagen en ‑uren, en gebeurlijk het telefoonnummer.
§ 5. De geneesheer mag geen gewag maken van een bevoegdheid die hij niet bezit.
De Nationale Raad is van oordeel dat gelet op de richtlijnen vervat in artikel 13 en meer bepaald in § 5, en abstractie gemaakt van de titel van "Doctor in de geneeskunde", één of maximaal twee vermeldingen zijn toegelaten. Naargelang de hieronder beschreven mogelijkheden dienen de vooropgestelde criteria strikt te worden nageleefd.
De vermelding van het specialisme waarvoor de arts bij besluit van de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, als specialist werd erkend of erkend krachtens de richtlijn 75/362/EEG.
Als eerste vermelding, het specialisme vermeld onder A.1. Als tweede vermelding, een tak van dit specialisme op voorwaarde dat de arts daarin voldoende kennis en ervaring heeft verworven.
De arts moet erop letten dat:
Een sub‑specialisme van het specialisme waarvoor hij globaal werd erkend op voorwaarde dat:
de arts, gedurende twee jaar, full‑time assistent is geweest in een dienst waar deze tak van het specialisme waarin hij werd erkend, quasi uitsluitend werd beoefend;
het vermelde sub‑specialisme kan beschouwd worden als een deel van het specialisme waarvoor de arts werd erkend omwille van de problemen inzake terugbetalingen;
de andere takken van het specialisme slechts worden beoefend in het kader van de wachtdienst onder voorwaarde dat hij daartoe nog de vereiste competentie heeft.
Als eerste vermelding, het sub‑specialisme vermeld onder B.1 . Als tweede vermelding, een tak van dit sub‑specialisme op voorwaarde dat de arts het bewijs kan leveren van een grotere kennis en ervaring in deze materie dan de arts bedoeld onder B.1.
De geneesheer die voor een erkend specialisme werd erkend maar daarnaast een opleiding heeft genoten die hem toelaat in een ander specialisme te worden erkend zonder daarvoor evenwel een erkenning te hebben bekomen, moet op zijn naambord het erkend specialisme vermelden en mag, desgewenst, in de tweede plaats melding maken van het specialisme waarvoor hij wel de opleiding maar niet de erkenning heeft bekomen.
Het is in ieder geval uitgesloten exclusief dit laatste specialisme te vermelden.
Voorbeeld:
de geneesheer erkend als specialist inwendige ziekten maar met een opleiding die hem zou toelaten erkend te worden als cardioloog ‑ zonder dat hij evenwel de erkenning daarin bezit ‑, mag vermelden:
ofwel: inwendige geneeskunde
ofwel: inwendige geneeskunde ‑ cardiologie,
maar mag in geen geval enkel cardiologie vermelden.