1‑ln het kader van een sportmagazine zou een televisiemaatschappij enkele reportages willen maken over frequent voorkomende sportblessures. Het is de bedoeling bij enkele dokters opnamen te gaan maken bij de behandeling van dergelijke blessures.
De Raad is de mening toegedaan dat het advies van de Provinciale Raad van Antwerpen "Geneesheren en reclame", goedgekeurd door de Nationale Raad en gepubliceerd in het Tijdschrift nr. 53, voldoende elementen bevat.
De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 21 november 1992 kennis genomen van uw brief van 15 oktober 1992 betreffende het maken bij dokters van opnamen bij de behandeling van "sportblessures".
Wanneer patiënten rechtstreeks worden betrokken bij dergelijke opnamen en media‑uitzendingen dient de arts er op toe te zien dat in alle omstandigheden de waardigheid van de patiënt wordt geëerbiedigd en diens anonimiteit wordt verzekerd.
Als bijlage stuur ik u een door de Nationale Raad goedgekeurd advies van de Provinciale Raad van Antwerpen inzake "Geneesheren en reclame".
De Provinciale Raad wenst opnieuw deontologische richtlijnen te publiceren met betrekking tot deze materie.
Hiervoor steunt hij op de volgende documenten:
De Provinciale Raad wenst er de aandacht op te vestigen dat hij bij de eventuele disciplinaire toepassing van de richtlijnen verder rekening zal houden met de vormelijke aspecten van de mededelingen en publikaties, en dat hij bovendien zeer speciaal zal toezien op het inhoudelijk aspect van de informatie, met name de relevantie en de kwaliteit ervan: de geneesheer is ten volle verantwoordelijk voor vorm en inhoud van zijn informatie, die het publiek werkelijk moet dienen.
‑ Alvorens zijn medewerking aan de media te verlenen, zal de geneesheer de Provinciale Raad schriftelijk of telefonisch verwittigen. Zulks betekent niet dat hij hiervoor toestemming moet vragen, doch moet het de leden van zijn raad mogelijk maken de uitzending op radio of TV te volgen of kennis te nemen van de publikatie in de geschreven pers.
De Provinciale Raad zal oordelen of de geneesheer, die deze verplichting in bepaalde omstandigheden eventueel niet naleefde, voldoende gegronde redenen hiertoe had.
‑ De geneesheer zal het publiek, met de nodige bescheidenheid, eerlijk, duidelijk en objectief informeren. Hij zal vermijden paniek te zaaien of valse hoop te wekken.
‑ De geneesheer zal zijn medewerking aan de media slechts verlenen onder de strikte voorwaarden van het eerbiedigen van het beroepsgeheim en zal erop toezien dat zijn medewerking er niet in bestaat eventuele raadplegingen te houden.
Met de actuele informatiemogelijkheden kan de geneesheer moeilijk anoniem blijven. Drie mogelijkheden kunnen zich voordoen:
De ervaring heeft bewezen dat het onontbeerlijk is met de journalist voorafgaandelijk een overeenkomst te treffen, die voldoende waarborgen biedt voor het respecteren van hoger vermelde richtlijnen.
In die zin is het dan ook wenselijk dat de geneesheer voorafgaandelijk kennis neemt van de vorm en de inhoud van hetgeen de journalist zal publiceren. Indien zulke overeenkomst niet mogelijk is of indien de geneesheer gegronde twijfels heeft over de betrouwbaarheid van de journalist of van het medium waaraan hij zijn medewerking verleent, dient de geneesheer van elke medewerking af te zien.
Indien zulke overeenkomst niet geëerbiedigd wordt door de journalist, zal de geneesheer op krachtdadige wijze schriftelijk protest aantekenen en dient hij de Provinciale Raad hierover in te lichten. De aan persartikels eventueel toegevoegde fotografische documenten, en inzonderheid betreffende de geneesheer‑geïnterviewde of auteur van het persartikel, kunnen door de Provinciale Raad slechts aanvaard worden mits de regels van waardigheid, kiesheid en bescheidenheid strikt gerespecteerd worden.
Tenslotte betreffende geneesheren werkzaam in verzorgingsinstellingen, zal de Provinciale Raad een passieve houding, vanwege de individuele geneesheer of vanwege zijn medische raad, tegenover de directie, die hen zou betrekken in een wettelijk of deontologisch ongeoorloofd initiatief in de media, als vatbaar voor een disciplinair onderzoek beschouwen.
2‑ Een andere televisieproducer heeft het voornemen een uitzending te maken over slachtoffers van dodelijke verkeersongevallen. Daar hij in contact wenst te treden met familieleden en vrienden van het slachtoffer alsmede met de chauffeur die het ongeval veroorzaakt heeft, wendt hij zich tot de verschillende spoedgevallendiensten om de identiteit van de slachtoffers te achterhalen.
De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 21 november 1992 kennis genomen van uw brief van 19 oktober 1992 betreffende een schrijven van "X" gericht aan het hoofd van de dienst spoedgevallen.
De Nationale Raad is de mening toegedaan dat aan dergelijke vraag geen gevolg kan gegeven worden en dat in geen geval de gevraagde informatie over slachtoffers van dodelijke verkeersongevallen mag verstrekt worden.