| Doc: | a029024 |
| Tijdschrift: | 29 p. 40 |
| Datum: | 13/06/1981 |
| Origine: | NR |
| Thema's: |
|
| << Terug | |
Een geneesheer wordt verzocht een minderjarig mentaal gehandicapt meisje te steriliseren dat in een gemengd instituut voor gehandicapten verblijft.
Na een aantal mislukkingen bij het voorschrijven van anovulatoria, overweegt een geneesheer van het Centrum nu de heelkundige sterilisatie bij de ernstige mentaal gehandicapte meisjes van de instelling.
De Nationale Raad wenst vooreerst te onderstrepen dat een systematische sterilisatie van mentaal gehandicapten onaanvaardbaar is en dat elk geval individueel dient onderzocht en besproken te worden.
De definitieve heelkundige sterilisatie van een mentaal gehandicapte is een zeer ernstige ingreep met verstrekkende gevolgen zodat een onbetwistbare indicatie voorhanden dient te zijn.
Er wordt vereist dat:
Als waarborg voor de naleving van deze voorwaarden moet de beslissing tot definitieve sterilisatie in een rapport worden vastgelegd. De geneesheren die de beslissing moeten nemen, moeten het rapport ondertekenen en zij moeten minstens met drie zijn, waaronder:
Tenminste één van de geneesheren vermeld onder 2 of 3 mag geen enkele binding hebben met de instelling waarin de mentaal gehandicapte desgevallend verblijft.
Het moet mogelijk zijn uit het rapport de identiteit van de betrokkene af te leiden, hetzij door de naam, hetzij door het nummer van het dossier te vermelden; de datum en de instelling waar de ingreep plaatsvindt, dienen eveneens te worden vermeld.
Het door bovenvermelde geneesheren ondertekend rapport moet worden overgemaakt aan de Provinciale Raad van de Orde waaronder de geneesheer belast met de ingreep, ressorteert.
De Nationale Raad acht al de voormelde waarborgen noodzakelijk om de mentaal gehandicapte voldoende te beschermen.